Voor
de elektronische versie van
De
Journalist Agenda 2008 klik
hier (iCal).
Voor de geregeld aangepaste Google-versie,
klik hier:
Voor suggesties en aanvullingen:
mail naar
info@dejournalistagenda.nl
‘Opwinding’ heet dit eerste deel van wat een trilogie over de Weekbladpers
moet worden. Midden jaren ’70 kwam Hans Vervoort er terecht, dankzij een
open sollicitatie. Hij wilde een parttime baan waardoor hij genoeg tijd en
energie over zou hebben om daarnaast zijn schrijverschap voort te zetten.
Dat laatste lukte wel – min of meer, met tussenpozen – maar Het Bedrijf
slokte hem uiteindelijk veel meer op dan hem lief was. Een kwart eeuw
bleef Vervoort er en zijn functie beperkte zich op den duur lang niet meer
tot die van opiniepeiler, waarvoor hij was aangenomen – al voerde hij nog
jarenlang het ene lezersonderzoek na het andere uit. Maar hij trad tevens
toe tot de directie, waarvan Theo Bouwman de leiding had. En eerder ook
werd hij nolens volens bestuurslid van de Coöperatieve
Werknemersvereniging (CWV).
Want dat de Weekbladpers – uitgever van o.a. Voetbal International, Opzij
en Vrij Nederland (VN) – een bijzonder bedrijf was, wordt ons, voor zover
we dat niet wisten, wel duidelijk. Eigenlijk draaide het in die jaren
helemaal om VN. Daar moesten, indien nodig, alle inkomsten heen – en
naarmate het lezersbestand afkalfde, werd dat ook steeds noodzakelijker.
Bovendien gold bij de Weekbladpers de regel van zelfbestuur – in die zin
dat belangrijke beslissingen genomen moesten worden door de werknemers,
verenigd in de CWV.
Bouwman, die tenslotte zou vertrekken naar VNU Tijdschriften – later
Sanoma – om te eindigen als topman van PCM, lichtte wel eens de hand met
die regel. En volgens ‘Opwinding’ raakte hij daarover geregeld in conflict
met Vervoort, al werden die onenigheden vaak bijgelegd bij een pilsje – of
drie, of tien – bij café de Engelbewaarder. Dan sprong Theo weer bij Hans
achterop en zo reden ze waggelend naar Zuid. Het blijft een mooi beeld, al
wordt het wat vaak herhaald, net als al die glazen pils en al die
lezersonderzoeken. Want hoe interessant het inkijkje ook is (‘o, ging dat
daar zo?!’), ‘opwindend’ wordt het eigenlijk niet. En interessant is het,
denk ik, vooral voor journalisten die ‘het wereldje’ kennen. ‘Het Bedrijf’
mag dan ‘roman’ heten, bekende figuren (Rinus Ferdinandusse, Cisca
Dresselhuys, Theo Sontrop, Theo Bouwman) komen erin voor onder hun eigen
naam. De anderen zijn vast ook herkenbaar voor wie hen kent. In dit eerste
deel blijven met name Ferdinandusse en Dresselhuys nogal op de
achtergrond. Vooral Bouwman komt goed uit de verf en niet altijd even
sympathiek – efficiënt, warmbloedig, en met liefde voor bladen, maar ook
luid, eigengereid, te koop lopend met zijn eruditie, een womanizer en
zuiplap – al herhaalt Vervoort keer op keer dat iedereen zo op Theo
gesteld is en hem zijn onhebbelijkheden graag vergeeft. Maar er zijn meer
mensen over wie deze toch zo vriendelijke man nogal venijnig schrijft (al
is dat voor de lezer natuurlijk juist leuk). Over Ron Kaal (destijds
hoofdredacteur van de Haagse Post): ‘Ron was zo kaal dat menigeen dacht
dat zijn naam een zelfbedacht pseudoniem was. Totdat je merkte dat
zelfspot niet zijn sterkste punt was.’ En over Henk Hofland: ‘Hans zag hoe
Hofland zich naar de uitgang begaf, met de voorzichtige tred van de
aangeschotene.’ Over Liesbeth ten Houten (uitgeefster van het
Leopold-kinderboekenfonds bij Nijgh & Van Ditmar): ‘Een lieve vrouw met
het brave hoofd van een uit de orde gestapte en in de zorgsector belande
non.’ Zelf blijft Hans Vervoort een beetje buiten schot. In zijn voorwoord
verdedigt hij zich aldus: ‘Wie vindt dat de schrijver opvallend vaak
partij kiest voor hoofdpersoon Hans kan gelijk hebben. De schrijver is ook
maar een mens.’