De Journalist - dak

De Journalist Agenda 2008Voor de elektronische versie van
De Journalist Agenda 2008
klik hier (iCal).
Voor de geregeld aangepaste Google-versie,
klik hier: 
Voor suggesties en aanvullingen:
mail naar
info@dejournalistagenda.nl
 

  Home | Abonneren | Adverteren | Colofon | Deadlines | Agenda | Jaarindexen | Villamedia | NVJ

 
De Journalist - menu

Dossier zelfregulering
Een rondgang langs klachtenorganen in binnen- en buitenland

Dossier China
Persvrijheid in China

Andere Dossiers

Mediadag.nl

Masterclass
De Journalist en de NVJ-secties Vers in de Pers (ViP) en Plus+ nodigen je uit om een interview, portret of reportage te maken voor de nieuwe rubriek 'Masterclass'

Opleidingen
Alle journalistieke opleidingen en cursussen

Bedrijfsreportages
Markante bedrijven uit de mediawereld

Boeken

Collega's-Communities
Oorlogsjournalisten
Fotojournalisten
Studenten journalistiek


Portretten
Markante figuren uit de mediawereld

Vrouwen
Inventarisatie vrouwelijke hoofdredacteuren

Scriptieprijs De Journalist 2007
-samenvattingen van de inzendingen 2007
Archief
2005-2006

- winnaars
- interviews met winnaars
- samenvattingen van de inzendingen
2004-2005
- Samenvattingen
van de inzendingen

Serie: De toekomst van de krant
Alle afleveringen

Persprijzenlijst
Inventarisatie

Weblogs journalisten
Inventarisatie

Redactioneel
Van hoofdredacteur
Dolf Rogmans
 
 

OMSLAGARTIKEL
 
                                                          
terug naar voorpagina

DJ nr.18, 9 november 2007         

De souplesse van
Internet-Kuifjes

De internetjournalist heeft zich ontwikkeld van ‘hobby-Kuifje’ tot serieuze collega. Maar dreigt hij niet te worden ingezet om de traditionele en duurdere journalist van de ‘oude media’ te vervangen?

Frans Oremus

Behalve de meteropnemer en de textielwerker heeft ook de journalist in de eenentwintigste eeuw geen al te beste vooruitzichten. Deze voorspelling staat in het Occupational Outlook Handbook 2006-2007 van het Amerikaanse ministerie van Arbeid (Labor Department). Mediabedrijven zullen steeds meer redacties samenvoegen, aldus het rapport – ondanks het feit dat de exploitatie van nieuws verder zal toenemen. Het rondpompen dus van minder nieuws via steeds meer platforms. Gegenereerd door een afnemend aantal redacteuren, die deels worden vervangen door freelancers en goedkoper personeel.
Een wat somber vooruitzicht, dat noopt tot de vraag of uitgevers en omroepen ook in Nederland bezig zijn de mediaconvergentie aan te grijpen om met minder nieuws meer geld te maken.
Belangrijk bij deze vraag is wat eigenlijk het profiel is van de internetjournalist. Ontpopt hij zich van aanvankelijk ‘hobby-Kuifje’ tot het goedkope broertje van de traditionele collega met kladblok; of is het de volwassen opvolger, die aan de hand van overeenkomstige professionele mores en arbeidsvoorwaarden journalistiek handwerk verricht?

Onderzoek (uit 2006) van de Radboud Universiteit Nijmegen en de NVJ laat zien dat de internetredacteur meestal een man (70 procent) is, die over het algemeen redelijk hoog is opgeleid en goed – in veel gevallen volgens een journalistieke cao – wordt betaald. Zijn leeftijd ligt tussen de 30 en 50 jaar. De werkzaamheden bestaan grotendeels uit het bewerken van nieuws, dat soms wordt aangevuld met beeld en geluid en relevante links. Het zelf genereren van nieuws of het lichten van tegels via onderzoeksjournalistiek is geen gemeengoed. Al zijn er uitzonderingen: één van de beroemdste internetprimeurs – de Lewinsky-affaire – kwam van de Amerikaanse webreporter Matt Drudge, die hiermee waarschijnlijk de baanbrekende beslissing forceerde ook het Starr-­report (vernoemd naar Clintons aanklager) als eerste via internet naar buiten te brengen.
Maar volgens het onderzoek werkt de webjournalist over het algemeen vanachter zijn bureau en gaat hij nauwelijks de straat op om daar nieuws te halen. In journalistiek opzicht leunen online-redacties sterk op het ‘moedermedium’ of, bij zelfstandige sites, op de persbureaus. Webjournalisten weten wel beter hun weg te vinden op het world wide web, wat weer specifiek nieuws oplevert – vooral op het terrein van ICT – en een enkele primeur die door andere media wordt overgenomen.

‘Nu.nl heeft als eerste in Nederland laten zien wat de kracht is van het rondpompen van headlines. Teletekst met plaatjes. Het is vaak gekopieerd.’ Aan het woord is Laurens Verhagen, hoofdredacteur van een van de grootste nieuwssites van Nederland, gemaakt door vier vaste webredacteuren en enkele freelancers. Volgens hem is er sprake van een geleidelijke evolutie; nieuwssites voegen steeds meer exclusieve content toe. ‘Zoals de mooie, rechtstreekse input van de lezer. En nieuws op het terrein van ICT en entertainment, of een primeur via het web zelf. Via Alarmeringen.nl meldden wij de brand in het Armando Museum in Amersfoort als eerste. Een toevalstreffer.’ Volgens Verhagen is het gebrek aan exclusief nieuws ‘over de hele breedte’ een gevolg van de algemene zucht naar snelheid; ‘eigen nieuwsgaring kost nu eenmaal tijd’. Nu.nl onderhoudt haar netwerk vooral via internet, maar gaat wel naar de persconferentie van Microsoft. ‘Maar het heeft voor ons geen zin een eigen verslaggever in Den Haag te hebben.’

Koen Kleijn, tijdelijk hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer, is minder van het ‘rondpompen’. De redactie telt één web­redacteur, die voornamelijk stukken van anderen online zet, maar zelf geen journalistiek bedrijft. De Groene gebruikt haar site als archief (alle artikelen uit de periode 1877-1940 en van na 1994 zijn gedigitaliseerd) en ‘overloop’ voor de productie die niet meer in het blad past. Maar ook weblogs van redacteuren en medewerkers – zoals die van Afghanistan-correspondent Joeri Boom – krijgen volop ruimte. De Groene-site wordt, als het aan Kleijn ligt, in de toekomst uitgebouwd tot het voornaamste platform van de ‘geïnformeerde mening’. De intellectuele tegenhanger van GeenStijl, ‘die ontbreekt nog in Nederland’. 

Bij Elsevier heeft de site wéér een andere functie en de webredactie dus ook. Volgens Elsevier-hoofdredacteur Arendo Joustra (‘we hebben de best bezochte site van alle tijdschriften in Nederland’) zijn door de komst van internet álle journalisten meer dan vroeger aan hun bureau gekluisterd. ‘Het is een algemene tendens; je kunt overal naar toe surfen zodat je je fysiek gewoon minder hoeft te verplaatsen. Er valt over te filosoferen of dit een goede ontwikkeling is.’
Elsevier maakt zijn nieuws- en opiniesite met acht webredacteuren. Aan het hoofd staat plaatsvervangend hoofdredacteur René van Rijckevorsel. Joustra: ‘Dat we de plaatsvervanger hierop zetten laat zien hoe serieus we online journalistiek nemen.’ Hoewel volgens hem ‘niemand nog weet’ wat de beste aanpak is, heeft hij gekozen voor een semi-geïntegreerde webredactie, waarbij de journalisten die aan het tijdschrift zijn verbonden worden gestimuleerd bij te dragen aan de site. ‘Zo kunnen we ook daar eigen nieuws kwijt, evenals blogs en opiniestukken.’ Van Rijckevorsel vult aan: ‘Redacties van website en tijdschrift groeien langzaam naar elkaar toe.’

Hoofdredacteur Harm Taselaar van RTL Nieuws probeert zijn nieuwssite, waar vijf vaste webredacteuren zitten, juist meer als zelfstandig medium te beschouwen. ‘Natuurlijk is het afgeleid van televisie, onze core business, maar het komt steeds vaker voor dat we aparte items voor de RTL nieuwssite maken: achtergronden, interviews en recent exclusieve foto’s van Willem Alexander en Máxima in Bhutan.’ Taselaar gelooft niet dat internet en televisie ooit geheel in elkaar opgaan. ‘Internet heeft toch aparte wetten; je kunt niet alles één op één overzetten.’

Volgens vice-voorzitter Eric van Heeswijk van de NVJ is het nog te vroeg om te kunnen beoordelen hoe webjournalistiek zich zal ontwikkelen. Het onderzoek van de Radboud Universiteit en de NVJ is ‘een eerste vingeroefening’ geweest om enig inzicht hierin te krijgen. ‘Het is een sterk innoverende sector, waarin je nog niet teveel moet willen reguleren.’ Zo heeft een groot aantal websites geen eigen redactiestatuut, of soms zelfs helemaal geen. Sanoma Uitgevers, dat voor zijn printuitgaven wel redactiestatuten kent, heeft als algemeen beleid voor webuitgaven geen statuten op te stellen. Van Heeswijk: ‘Uit het onderzoek blijkt dat webjournalisten daar zelf wel zwaar aan tillen. 80 procent zegt onder een statuut te willen werken.’
Dat webjournalistiek nog zwaar leunt op nieuws dat door traditionele media naar boven is gehaald is volgens Van Heeswijk logisch. ‘Het zijn eerder de sites die in een niche opereren die zelf nieuws maken. Zoals bijvoorbeeld marketingfacts.nl (voor marketeers) of webwereld.nl (voor ICT’ers). En opmerkelijk: de oprichter – en voormalig eindredacteur van weekblad Schuttevaer – van Vaart.nl bleek zo invloedrijk met deze site dat hij recent weer werd aangetrokken bij Schuttevaer, maar nu als hoofdredacteur.’
Een indicatie dat de sector snel volwassen wordt is volgens Van Heeswijk de steeds voornamere plaats die ‘nieuwe media’ op de opleidingen journalistiek (zowel HBO als Masters) innemen. ‘De nieuwe generaties zijn vanaf het begin vertrouwd met het fenomeen convergentie.’

Één journalistieke CAO
Internetjournalistiek heeft specifieke arbeidsomstandigheden en gevaren als de 24-uurs deadline en RSI, dat hier meer dan elders om de hoek loert. Toch is er geen aparte cao, zoals voor de andere disciplines in het journalistieke metier wel het geval is. Web-redacteuren vallen meestal onder de journalistieke cao van het medium waar de site bij hoort. Bij zelfstandige sites wordt soms de bedrijfs-cao toegepast, soms helemaal geen cao. Veel webfuncties kennen een flexibele basis.
Omdat verschillende mediavormen – in één bedrijf of zelfs binnen één titel – steeds vaker samengaan wil de NVJ in de toekomst komen tot één journalistieke cao, zo is te lezen in het plan van aanpak 2007. Plaatsvervangend hoofdredacteur René van Rijckevorsel van Elsevier zegt dit ‘logisch en verstandig’ te vinden. Zijn webredactie werkt in drie ploegen (de eerste begint om 07.00 uur, de laatste eindigt om 0.00 uur). ‘Het werkritme lijkt meer op dat van een dagbladredactie. Maar het verschil zal steeds kleiner worden. Het afschaffen van al die vak-cao’s scheelt daarnaast veel onderhandeltijd, lijkt me.'

Occupational Outlook Handbook (US Labor Department)
The Worst Jobs For The 21st Century
Onderzoek NVJ en Radboud Universiteit


reageren     terug naar top           terug naar voorpagina