Voor
de elektronische versie van
De
Journalist Agenda 2008 klik
hier (iCal).
Voor de geregeld aangepaste Google-versie,
klik hier:
Voor suggesties en aanvullingen:
mail naar
info@dejournalistagenda.nl
Het was Piet Hagen die, bijna aan het slot van de bijeenkomst op 20
oktober in
De Rode Hoed, de meest wijze woorden sprak: ‘Dit moet
onderzocht worden!’
De
oud-hoofdredacteur van De Journalist, die – belangrijker misschien nog
in dit verband – drie jaar lang het ‘externe geweten’ was van NRC
Handelsblad, reageerde op opmerkingen als: ‘DE media waren ‘allemaal’
vóór de oorlog in Irak.’ In een enkel geval – NRC Handelsblad, de
Volkskrant – had Hagen het al nagetrokken en kon hij de stelling meteen
ontzenuwen. Maar, voegde hij daaraan toe, het zou goed zijn om de
aanloop naar de Irak-oorlog eens wetenschappelijk verantwoord onder de
loep te nemen, zoals het NIOD dat destijds deed ten opzichte van
Srebrenica. En zoals het NIOD-onderzoek zich niet had beperkt tot het
doen en laten van de Nederlandse politiek, maar ook de voornaamste media
erbij had betrokken, zou dat ook nu weer moeten gebeuren.
Die interessante suggestie ging een beetje verloren in de wat rommelige
discussie waarmee een verder uiterst boeiende middag werd besloten:
Media onder vuur, heette de bekwaam door Frénk van der Linden geleide
bijeenkomst, die zijn naam eer aan deed. Hebben ‘de’ Nederlandse media
‘het’ Nederlandse volk wel goed geïnformeerd tussen – kort gezegd –
‘9/11’ en 20 maart 2003, dag van de invasie in Irak? Werd de
lezer/kijker/nieuwsconsument eigenlijk niet op het verkeerde been gezet?
Kreeg ‘men’ wel alle nodig informatie om te beoordelen hoe nodig of
onnodig, hoe legitiem of illegitiem de door Bush – en in mindere mate
Blair – geplande aanval op Irak wel was? En, voornamer nog, stond men
wel kritisch genoeg tegenover de eigen regering?
Impliciet luidde het antwoord al bij voorbaat: nee. Zeker in de goed
gevulde zaal, van waaruit vele kritische geluiden kwamen, vooral gericht
tegen de ‘grote’ media: NOS, RTL Nieuws, landelijke dagbladen. Van
‘gewone’ lezers, luisteraars of kijkers, maar ook van een oud-kamerlid,
een enkele ‘kritische’ journalist of een historicus als Thomas von der
Dunk. Ook initiatiefnemer en dagvoorzitter Hein
van
Meeteren
leek eigenlijk vooral de media ter verantwoording te willen roepen. Daardoor voelden de journalisten – en met name de chefs of
hoofdredacteuren – op het podium zich gedwongen om in een defensieve
houding te springen.
Toch was het geen voorspelbaar welles-nietes-debat, in tegendeel. Aardig
waren vooral de duo-gesprekken waarbij Frénk van der Linden telkens zijn
collega’s vroeg in de huid van ‘de ander’ te kruipen. Zo vroeg hij Jaap
Jansen, destijds Haags AD-redacteur, wat zijn ‘opponent’ Argos-chef
Gerard Legebeke zou denken van zijn werk van toen (en andersom)? Tja –
beetje hap-snap, waarschijnlijk, vermoedde Jansen (dat bleek mee te
vallen): dat is het hele verschil tussen 3, 4 jaar na dato alle ruimte
(en tijd) krijgen om documenten boven tafel te halen die destijds niet
te vinden waren of waarvan men het bestaan niet eens bevroedde. En,
vroeg Van der Linden door, kreeg Jansen genoeg ruimte en tijd van het
AD? Waar de Haagse redactie zeven mensen telde, terwijl er 18 op sport
zaten? Hm, achteraf gezien misschien niet, maar gezien de context was
iets anders moeilijk denkbaar: ‘De focus bij het AD ligt op Nederland.
Diep graven in een buitenlandse kwestie ontving er geen warm welkom.’
Misschien is het ook niet helemaal rechtvaardig om meer te verlangen van
een dagblad dat – aldus een van de deelnemers – ook ‘de beste sportkrant
van Nederland’ is?
Zo bleek veel van wat je achteraf ‘tekortkomingen’ zou kunnen noemen –
en wat Ester Gould in haar, pas later in het debat aangehaalde, scriptie
‘zelfcensuur’ noemt – een kwestie te zijn van context – van het afwegen
van nieuws tegen ander nieuws, van menskracht, van wel of niet de
verantwoordelijkheid durven nemen een verslaggever aan bommen bloot te
stellen en van het interpreteren van onvolledige gegevens. In het geval
van de invasie in Irak werd de analyse nog eens bemoeilijkt,
onderstreepte deze en gene ook, door het feit dat het bewind van Saddam
Hussein wel degelijk een schurkenrégime was – en dat met name de
Westerse landen hem, ten tijde van zijn oorlog tegen Iran en Saddams
acties tegen de Koerden, wel degelijk chemische en biologische wapens
hadden geleverd. Ex-Volkskrant-columnist Maarten van Rossem klaagde wel
dat hij door de redactie van die krant én door de omroepen ‘als een
paria’ was behandeld omdat hij, met zijn ‘gezond verstand’ als enige
‘het toneelstukje’ van Colin Powell bij de VN doorhad en dus ook niet
achter Bush, Blair en Balkenende stond, in tegenstelling tot alle andere
media, maar voor veel andere aanwezigen waren de keuzes toen niet zo
evident. Ko Colijn zette uiteen dat zijn conclusie van destijds – dat
Irak mogelijk wél over massavernietigingswapens beschikte volgde uit het
‘jarenlang doorworstelen’ van vele documenten en het raadplegen van
diverse experts.
Verwijzend naar de mogelijke lessen voor de toekomst, zei Ko Colijn ook:
‘De vraag is: waar ligt de grens bij militair ingrijpen? Wanneer mag het
wel, wanneer niet?’ Hij constateerde dat ‘we’ (de media?) nu ‘verlamd’
zijn en gaf de voorbeelden van Darfur en Zimbabwe. ‘Ingrijpen in Irak
was fout, niet ingrijpen in Darfur ook.’
In juni 2004, ruim een jaar na de inval, publiceerde Joost Oranje in
zijn krant, NRC Handelsblad, een groot stuk ('Hollandse
oorlogslogica') waarin hij de bewering
natrok dat de Nederlandse regering niet als een schoothondje achter Bush
cs had aangelopen, maar onafhankelijk haar eigen ‘afwegingen’ had
gemaakt, aan de hand van zelf verkregen inlichtingen.Oranje sprak met
diverse bronnen binnen de MIVD en kon ook documenten inzien (bij de AIVD
lag dat moeilijker). Het resultaat is een misschien niet zeer
opzienbarende, maar wel gedegen en uitvoerige analyse van hoe de
besluitvorming destijds is gegaan: wat er is gezegd (en verzwegen), wie
wist wat en wanneer? Daar bleek in elk geval uit dat de Nederlandse
regering niet zo heel erg wijzer was geworden van de ‘eigen’
inlichtingenrapporten – althans niet die van de militairen. Waarom –
vroeg Joost Oranje zich met Frénk van der Linden af – heeft ‘niemand’
dit opgepikt? Waarom is niemand ermee doorgegaan?
Dezelfde vraag stelde Antoinette de Jong even later naar aanleiding van
door haar boven water gehaalde en eveneens in de NRC gepubliceerde
documenten. Retorische vragen: gebrek aan menskracht, waarschijnlijk.
Weinig media kunnen, zoals de NRC dat deed met Oranje, iemand drie
maanden vrij stellen voor een dergelijk onderzoek. En de meeste
redacties zijn te druk met het ‘heden’ om tijd vrij te kunnen maken voor
verleden of toekomst.
Het valt dus te betwijfelen of eventuele fouten in de toekomst
vermeden
kunnen worden. Al gebeurt er wel het een en ander om de kennis van met
name de landen in het Midden-Oosten. Mustapha Oukbih (NOS) vertelde dat
hij, met dat doel, de volgende dag weer zou afreizen naar Iran. Ook
kleinere media, zoals De Groene of de VPRO proberen, hetzij middels
eigen (freelance) correspondenten, hetzij door gebruik te maken van
andere netwerken, een vinger aan de pols te houden. Want dat is waar het
feitelijk om gaat. reagerenterug
naar top
terug naar voorpagina
1.
Hein van
Meeteren
Goede sfeertekening, maar ik mis één ding: de burger. Deze middag is
geïnitieerd door de (kritische, nadenkende) burger, in de Rode Hoed
vleesgeworden in mij als dagvoorzitter. Die burger stelde de basale
vragen, aan de journalistiek. Die burger vroeg journalisten eens goed
naar zichzelf te kijken en zichzelf te beoordelen. Die burger initieerde
deze middag. Dit verslag, hoe goed ook, lijdt enigszins aan hetzelfde
euvel als de middag in de Rode Hoed: teveel van een onderonsje van
journalisten (allemaal dikgedrukte namen in jullie verslag). Houden
jullie ook rekening met ons, please?
reagerenterug
naar top
terug naar voorpagina
2.
Stan van Houcke
1. Wat Ko Colijn zegt is hilarisch. 'Veel van de scepsis was niet
gebaseerd op feiten.' Je hoort het hem zeggen. 'Veel van de scepsis was
niet gebaseerd op feiten.' Nou Ko, ik kan je vertellen dat mijn
Amerikaanse collega's van de alternatieve pers onmiddellijk wisten dat
ze geflest werden. Ik trouwens ook. 'Veel van de scepsis was niet
gebaseerd op feiten'? Alle scepsis is, zodra het over politici gaat,
altijd gebaseerd op feiten. Heb je dan nooit iets van bijvoorbeeld I.F.
Stone gelezen? En wie gaat er nu over scepsis spreken als is aangetoond
dat je te goedgelovig was om ook maar een greintje scepsis te hebben
toen de neoconservatieven beweerden dat Irak elk moment kon toeslaan met
massavernietigingswapens. Ik kan je in mijn herinnering nog steeds zien
daar rechts aan die NOS tafel en maar babbelen. Je was een aanfluiting,
een travestie van een echte journalist. En nu nog zeuren ook over
andermans terechte scepsis die op NIETS gebaseerd zou zijn, terwijl de
sceptici in alles gelijk hebben gekregen. Lees deze drie artikelen van
me eens, geschreven voor het tijdschrift de Humanist in de tijd dat jij
jezelf en je publiek in de luren liet leggen door Colin Powell en wel
omdat je de feiten niet wilde weten. En waarom wilde je die niet weten?
Omdat je het spel meespeelt, omdat je de grenzen van de officiele versie
maar al te goed kent, omdat je erbij wilt horen, omdat je financieel
afhankelijk van je praatjes bent, omdat je de consensus niet durft te
doorbreken. Lees de feiten nou eens.
home.planet.nl/~houck006/oorlogomolie.pdf
home.planet.nl/~houck006/oliesel2.pdf
home.planet.nl/~houck006/oliesel3.pdf
Wie van de lezers van deze website durft nu eens serieus in discussie te
gaan over dit onderwerp? Wie van al mijn dappere collega's in de polder?
Ik ben benieuwd. Ik wacht af. Of is ook deze website alleen voor het
bekende polderlandse gekeuvel?