|
|
|
|
Home | Abonneren | Adverteren | Colofon | Deadlines | Agenda | Jaarindexen | Villamedia | NVJ |
|
|
Nieuws De Journalist nr.12, 20.07.2007 terug naar voorpagina Van topsporter tot journalist Dat topsporters na het beëindigen van hun carričre aan de slag gaan als columnist voor en krant of commentator bij sportuitzendingen is niet zo bijzonder. Maar wat ondergaan sporters die kiezen voor een journalistieke loopbaan? De ervaringen van Henk Evenblij, Leon Haan en Bettine Vriesekoop. Cors van den Brink Maar liefst 250 gulden per maand kreeg hij als leerlingjournalist bij De Zaanlander. Henk Evenblij (60) moet er nog altijd om lachen. Maar de verdiensten als semi-prof bij Telstar waren aan het eind van de jaren zeventig ook niet bijzonder. ‘En toen de KNVB besloot om de tweede divisie op te heffen, werd de familie toch wat zenuwachtig. Hans Woudstra, chef van de sportredactie in Zaandam, haalde me naar z’n krant. In 1980 ging ik naar De Telegraaf, waar ik nu al 27 jaar het voetbal volg. Maar de keuze voor de journalistiek was toeval: ik had ook bij Albert Heijn of de PTT terecht kunnen komen.’ Leon Haan (38) wás al journalist toen hij als atleet op de 800 meter z’n beste jaren kende. ‘Ik heb in 1990 de School voor Journalistiek afgerond, met televisie als studierichting. Maar ik wilde me daarna volledig op de sport richten om de Olympische Spelen van 1992 te halen. Dat is nét niet gelukt. In 1993 vroeg Theo Reitsma me al voor Studio Sport, maar ik was nog teveel met de sport bezig. Daarna heb ik als freelancer gewerkt, voor Eurosport, als schrijvend journalist en fotograaf. Eind ’98 heb ik Theo laten weten dat ik graag alsnog wilde komen.’ Haan is inmiddels al jarenlang in vaste dienst, met atletiek als zijn belangrijkste specialisme. Bettine Vriesekoop (45) schreef in 1994 het boek ‘Heimwee naar Peking’, over haar belevenissen als tafeltennisster in China. ‘Ik heb indertijd de stoute schoenen aangetrokken en Vrij Nederland gevraagd of men geďnteresseerd was in een dagboek toen ik in 1992 op trainingssstage ging. Joop van Tijn zei: “Schrijf het maar, als het goed genoeg is, plaatsen we het wel”.’ Het bleek het begin van een journalistieke carričre. ‘Nieuwe Revu vroeg me daarna om interviews te doen met sporters. Toen de adjunct Frans Loomans met Sportweek begon, heb ik ook voor dat blad gewerkt. Martin Šimek liet me radio-interviews doen voor zijn nachtprogramma en later heb ik tv-portretten voor Studio Sport gemaakt. Maar ik had natuurlijk geen journalistieke opleiding, heb aanvankelijk veel halffabrikaten afgeleverd en redelijk wat hulp nodig gehad. Want hoe bouw je een verhaal goed op, hoe monteer je uit twee uur interview een radioprogramma van een uur – dat soort dingen heb ik allemaal moeten leren.’ Ze noemt haar partner, de in 1999 overleden Volkskrant-journalist Hans van Wissen, als belangrijke leermeester. Hebben de topsporters
voordelen van hun eigen ervaringen, of remt het hen juist om kritisch te
kijken? ‘Je hebt meer kennis van zaken’, zegt Evenblij. ‘Mij maken ze
niet zo snel gek. Ik kan een voetbalwedstrijd makkelijker lezen dan
collega’s die zelf niet op hoog niveau hebben gespeeld. Maar dat wil
niet zeggen dat je daar in de krant veel mee kunt. Evenblij zegt dat hij
de spanning die hij vroeger in het veld voelde, herkent als hij nu op de
perstribune zit. ‘Maar ik denk dat een coach het nóg moeilijker heeft.
Dat vak had me ook wel gelegen, of het werk als scout voor een
voetbalclub.’ ‘Zelf sta ik nu
dichter bij atleten dan veel collega’s’, merkt hij. ‘Al wordt dat
voordeel steeds kleiner, omdat de meeste mensen met wie ik zelf nog heb
gesport inmiddels ook zijn gestopt. Maar de huidige toppers kennen mijn
verleden en merken dat ik hen goed aanvoel.’ ‘Over doping wil ik
niet alles weten, zeker als het om het verleden gaat’, zegt Haan. ‘Daar
kom ik wel een beetje in conflict met mijn journalistieke plichten. Maar
ik zou me alsnog geflikt voelen als ik zou horen dat de concurrenten die
me toen hebben verslagen, dat mede deden op basis van gebruik van
verboden middelen, terwijl ik me daar zelf verre van heb gehouden.’
Vriesekoop heeft de sportjournalistiek inmiddels achter zich gelaten en
werkt sinds juli 2006 als correspondent voor NRC-Handelsblad in China.
‘Daarbij speelt een grote rol dat ik drie jaar sinologie heb gestudeerd
en graag wat met die opleiding wilde gaan doen. Terwijl ik inmiddels wel
weet dat na het tafeltennis de journalistiek echt mijn tweede passie
is.’ Die passie is ook Evenblij niet vreemd. ‘Ik kan me ongelooflijk
betrokken voelen bij een wedstrijd. En ik heb jarenlang dag en nacht bij
clubs als Feyenoord rondgehangen. Ik was bij alle trainingen. En op een
gegeven moment gunt zo’n club je dan wel eens een mooie primeur en daar
kicken we tenslotte toch allemaal op.’ Toen zij ook nog eens sinologie ging studeren kwamen ‘China’, ‘sport’ en ‘schrijven’ treffend samen in het correspondentschap voor NRC Handelsblad, dat zij vanuit Peking nu een jaar bekleedt. De Olympische Spelen van 2008 in China waren voor de krant een belangrijke reden om van de ve veelzijdige (ex-)sporter gebruik te maken, die door haar faam in het land kan doordringen tot achter de façade van minzame afstandelijkheid en autocratisch overheidsbestuur. Op de site van de krant geeft ze in haar weblog een kijkje achter de schermen. Ondertussen laat het tafeltennissen haar niet helemaal los. Met ‘Bettine’s pingpongproject’ stimuleert ze de ontwikkeling van de sport op Nederlandse basisscholen. En met oud-international en Trouw-journalist Jonah Kahn heeft ze tot haar correspondentschap af en toe tafeltennisshows gegeven, die ze wellicht hervatten als Vriesekoop later weer in Nederland woont. Ze is dezer dagen alvast eventjes teruggekomen: voor het EK-kampioenschap van veteranen – en voor Zomergasten. http://weblogs.nrc.nl/weblog/china/
|
||||