De Journalist - dak

De Journalist Agenda 2008Voor de elektronische versie van
De Journalist Agenda 2008
klik hier (iCal).
Voor de geregeld aangepaste Google-versie,
klik hier: 
Voor suggesties en aanvullingen:
mail naar
info@dejournalistagenda.nl
 

  Home | Abonneren | Adverteren | Colofon | Deadlines | Agenda | Jaarindexen | Villamedia | NVJ

 
De Journalist - menu

Dossier zelfregulering
Een rondgang langs klachtenorganen in binnen- en buitenland

Dossier China
Persvrijheid in China

Andere Dossiers

Mediadag.nl

Masterclass
De Journalist en de NVJ-secties Vers in de Pers (ViP) en Plus+ nodigen je uit om een interview, portret of reportage te maken voor de nieuwe rubriek 'Masterclass'

Opleidingen
Alle journalistieke opleidingen en cursussen

Bedrijfsreportages
Markante bedrijven uit de mediawereld

Boeken

Collega's-Communities
Oorlogsjournalisten
Fotojournalisten
Studenten journalistiek


Portretten
Markante figuren uit de mediawereld

Vrouwen
Inventarisatie vrouwelijke hoofdredacteuren

Scriptieprijs De Journalist 2007
-samenvattingen van de inzendingen 2007
Archief
2005-2006

- winnaars
- interviews met winnaars
- samenvattingen van de inzendingen
2004-2005
- Samenvattingen
van de inzendingen

Serie: De toekomst van de krant
Alle afleveringen

Persprijzenlijst
Inventarisatie

Weblogs journalisten
Inventarisatie

Redactioneel
Van hoofdredacteur
Dolf Rogmans
 
  Nieuws

De Journalist nr.12, 20.07.2007             terug naar voorpagina
                         

Van topsporter tot journalist

Dat topsporters na het beëindigen van hun carričre aan de slag gaan als columnist voor en krant of commentator bij sportuitzendingen is niet zo bijzonder. Maar wat ondergaan sporters die kiezen voor een journalistieke loopbaan? De ervaringen van Henk Evenblij, Leon Haan en Bettine Vriesekoop.

Cors van den Brink

Maar liefst 250 gulden per maand kreeg hij als leerlingjournalist bij De Zaanlander. Henk Evenblij (60) moet er nog altijd om lachen. Maar de verdiensten als semi-prof bij Telstar waren aan het eind van de jaren zeventig ook niet bijzonder. ‘En toen de KNVB besloot om de tweede divisie op te heffen, werd de familie toch wat zenuwachtig. Hans Woudstra, chef van de sportredactie in Zaandam, haalde me naar z’n krant. In 1980 ging ik naar De Telegraaf, waar ik nu al 27 jaar het voetbal volg. Maar de keuze voor de journalistiek was toeval: ik had ook bij Albert Heijn of de PTT terecht kunnen komen.’

Leon Haan (38) wás al journalist toen hij als atleet op de 800 meter z’n beste jaren kende. ‘Ik heb in 1990 de School voor Journalistiek afgerond, met televisie als studierichting. Maar ik wilde me daarna volledig op de sport richten om de Olympische Spelen van 1992 te halen. Dat is nét niet gelukt. In 1993 vroeg Theo Reitsma me al voor Studio Sport, maar ik was nog teveel met de sport bezig. Daarna heb ik als freelancer gewerkt, voor Eurosport, als schrijvend journalist en fotograaf. Eind ’98 heb ik Theo laten weten dat ik graag alsnog wilde komen.’

Haan is inmiddels al jarenlang in vaste dienst, met atletiek als zijn belangrijkste specialisme. Bettine Vriesekoop (45) schreef in 1994 het boek ‘Heimwee naar Peking’, over haar belevenissen als tafeltennisster in China. ‘Ik heb indertijd de stoute schoenen aangetrokken en Vrij Nederland gevraagd of men geďnteresseerd was in een dagboek toen ik in 1992 op trainingssstage ging. Joop van Tijn zei: “Schrijf het maar, als het goed genoeg is, plaatsen we het wel”.’

Het bleek het begin van een journalistieke carričre. ‘Nieuwe Revu vroeg me daarna om interviews te doen met sporters. Toen de adjunct Frans Loomans met Sportweek begon, heb ik ook voor dat blad gewerkt. Martin Šimek liet me radio-interviews doen voor zijn nachtprogramma en later heb ik tv-portretten voor Studio Sport gemaakt. Maar ik had natuurlijk geen journalistieke opleiding, heb aanvankelijk veel halffabrikaten afgeleverd en redelijk wat hulp nodig gehad. Want hoe bouw je een verhaal goed op, hoe monteer je uit twee uur interview een radioprogramma van een uur – dat soort dingen heb ik allemaal moeten leren.’ Ze noemt haar partner, de in 1999 overleden Volkskrant-journalist Hans van Wissen, als belangrijke leermeester.  

Hebben de topsporters voordelen van hun eigen ervaringen, of remt het hen juist om kritisch te kijken? ‘Je hebt meer kennis van zaken’, zegt Evenblij. ‘Mij maken ze niet zo snel gek. Ik kan een voetbalwedstrijd makkelijker lezen dan collega’s die zelf niet op hoog niveau hebben gespeeld. Maar dat wil niet zeggen dat je daar in de krant veel mee kunt.
Voor De Telegraaf is sport ook entertainment en je moet snel je stukkie kunnen leveren. Dan is er geen tijd of ruimte om een wedstrijd helemaal te ontleden. Maar als een trainer roept dat “jullie journalisten me toch niet begrijpen”, steek ik voorzichtig mijn vingertje op.’

Evenblij zegt dat hij de spanning die hij vroeger in het veld voelde, herkent als hij nu op de perstribune zit. ‘Maar ik denk dat een coach het nóg moeilijker heeft. Dat vak had me ook wel gelegen, of het werk als scout voor een voetbalclub.’
‘Ik denk dat ik in een interview wat sneller tot de kern doordring’, zegt Vriesekoop. ‘Ik begrijp topsporters beter en dat herkennen ze, ook degenen die ik nooit eerder heb  ontmoet. Maar soms is het ook lastig dat je geen anonymus bent. Mensen kennen ook de verhalen over mij, hebben een beeld van hoe ik ben en of dat wel of niet klopt, het speelt soms mee.’
Leon Haan had voordeel van zijn opleiding aan de School voor de Journalistiek toen hij zelf topatleet was. ‘Ik wist wel zo’n beetje wat de vragen zouden zijn en wat journalisten zouden opschrijven, ja. Soms was dat wat kort door de bocht, maar in de atletiek zijn verslaggevers vaak liefhebbers, die zich goed verdiepen in de sport.’

‘Zelf sta ik nu dichter bij atleten dan veel collega’s’, merkt hij. ‘Al wordt dat voordeel steeds kleiner, omdat de meeste mensen met wie ik zelf nog heb gesport inmiddels ook zijn gestopt. Maar de huidige toppers kennen mijn verleden en merken dat ik hen goed aanvoel.’
‘Ik vind niet dat ik meer mededogen heb voor sporters, maar ik kan hen wel beter op waarde schatten, bijvoorbeeld als een atleet matig tot slecht presteert. Want ik weet uit eigen ervaring dat je een lang seizoen rustig moet opbouwen of hoeveel tijd het kost om te herstellen van een blessure.’
‘Ik denk niet dat ik sporters in bescherming neem. Als iemand bijvoorbeeld doping heeft gebruikt, komt dat aan de orde’, zegt Vriesekoop. ‘Maar ik ken de wereld van de topsport, ik weet dat iedereen belangen heeft en dat de sporter zelf vaak afhankelijk en machteloos is. Daar houd ik wel rekening mee. Aan de andere kant ben ik wel beter gaan beseffen dat het werk van sportjournalisten soms heel lastig kan zijn, zeker als je met strakke deadlines moet werken. En ik doorzie nu ook wat er allemaal speelt aan kongsi’s en concurrentie tussen kranten. Er is veel kinnesinne, hoor.’

‘Over doping wil ik niet alles weten, zeker als het om het verleden gaat’, zegt Haan. ‘Daar kom ik wel een beetje in conflict met mijn journalistieke plichten. Maar ik zou me alsnog geflikt voelen als ik zou horen dat de concurrenten die me toen hebben verslagen, dat mede deden op basis van gebruik van verboden middelen, terwijl ik me daar zelf verre van heb gehouden.’ Vriesekoop heeft de sportjournalistiek inmiddels achter zich gelaten en werkt sinds juli 2006 als correspondent voor NRC-Handelsblad in China. ‘Daarbij speelt een grote rol dat ik drie jaar sinologie heb gestudeerd en graag wat met die opleiding wilde gaan doen. Terwijl ik inmiddels wel weet dat na het tafeltennis de journalistiek echt mijn tweede passie is.’ Die passie is ook Evenblij niet vreemd. ‘Ik kan me ongelooflijk betrokken voelen bij een wedstrijd. En ik heb jarenlang dag en nacht bij clubs als Feyenoord rondgehangen. Ik was bij alle trainingen. En op een gegeven moment gunt zo’n club je dan wel eens een mooie primeur en daar kicken we tenslotte toch allemaal op.’

Zomergast Bettine Vriesekoop
Zondag 22 juli bijt Bettine Vriesekoop het spits af in de VPRO-reeks Zomergasten (Ned. 2, 20.25 uur). Journalist Joris Luyendijk praat met haar over haar keuze uit tv-programma’s. ‘Nederlands tafeltennister van de twintigste eeuw’ (verkiezing in 2000), die de partner was van de in 1999 overleden Volkskrant-journalist Hans van Wissen, schreef columns voor AD, maakte interviews voor Nieuwe Revu en werkte mee aan programma’s van Martin Simek. Ook schreef zij twee boeken over haar liefde voor China, die groeide sinds zij in 1981 een trainingsstage in Peking volgde en decennialang tegenover menig Chinees talent achter de tafeltennistafel stond: ‘Heimwee naar Peking’ (1994) en ‘Bij de Chinees – Gewoonten en gebruiken in China’ (2006).

Toen zij ook nog eens sinologie ging studeren kwamen ‘China’, ‘sport’ en ‘schrijven’ treffend samen in het correspondentschap voor NRC Handelsblad, dat zij vanuit Peking nu een jaar bekleedt. De Olympische Spelen van 2008 in China waren voor de krant een belangrijke reden om van de ve veelzijdige (ex-)sporter gebruik te maken, die door haar faam in het land kan doordringen tot achter de façade van minzame afstandelijkheid en autocratisch overheidsbestuur.

Op de site van de krant geeft ze in haar weblog een kijkje achter de schermen. Ondertussen laat het tafeltennissen haar niet helemaal los. Met ‘Bettine’s pingpongproject’ stimuleert ze de ontwikkeling van de sport op Nederlandse basisscholen. En met oud-international en Trouw-journalist Jonah Kahn heeft ze tot haar correspondentschap af en toe tafeltennisshows gegeven, die ze wellicht hervatten als Vriesekoop later weer in Nederland woont. Ze is dezer dagen alvast eventjes teruggekomen: voor het EK-kampioenschap van veteranen – en voor Zomergasten.

http://weblogs.nrc.nl/weblog/china/

 

reageren                                                 terug naar top