Voor
de elektronische versie van
De
Journalist Agenda 2008 klik
hier (iCal).
Voor de geregeld aangepaste Google-versie,
klik hier:
Voor suggesties en aanvullingen:
mail naar
info@dejournalistagenda.nl
Tijdens het MediaDebat van 31 mei, ‘Wiens
brood men eet…’ over reizen met NGO’s, kwam het feit ter sprake dat
betrekkelijk weinig Nederlandse verslaggevers zich begeven in
gevaarlijke gebieden, zoals Irak of, in toenemende mate, Afghanistan.
Verreweg de meeste journalisten die naar deze landen reizen, doen dat
embedded. Henk Steenhuis opperde toen dat het misschien een kwestie van
moed was (zie www.mediadebat.nl ). Onze medewerkster
Minka Nijhuis stuurde vanuit Bangkok een
reactie. Freelance fotojournaliste
Gitta van Buuren
reageerde daar weer op.
Eigenlijk denk ik dat er wel heel veel mis is met de manier waarop
Nederlandse media conflicten verslaan en dat heeft mijns inziens wel
degelijk met de Nederlandse mentaliteit te maken. Ik vind moed, of
liever het gebrek eraan (zoals Steenhuis zich afvraagt), een vervelend
woord in deze context en ik begrijp ook heel goed dat er journalisten
zijn die landen als Irak en Afghanistan te gevaarlijk vinden. Dat vind
ik een persoonlijke keuze waarop je niemand mag veroordelen.
Maar wat ik zeer merkwaardig en verkeerd vind, is dat er regelmatig
gedaan wordt alsof in die gebieden niet, of alleen maar embedded te
werken is. Ik heb bijvoorbeeld met enorme verbazing gekeken naar de NOVA
verslaggeving vanaf basis Kandahar. Op hun website wordt Afghanistan als
te gevaarlijk voor unembedded afgeschilderd en er wordt in de
uitzendingen gesuggereerd dat een trip naar en door de stad een zeer
risicovolle exercitie is. Dat is niet waar. Er is echt nog goed te
werken. Er is een zeer aangenaam en veilig hotel in de stad (met als
bonus een prachtige rozentuin, draadloos internet en veel interessante
buitenlandse collega’s die er wél op uitgaan).
Hoe komt het dat Nederlandse media het regelmatig (en als eerste) laten
afweten in ongewisse oorden? Er wordt in het debat gerefereerd aan het
feit dat men niet wil werken met freelancers die onverzekerd zijn
vanwege de onbetaalbare premies. Freelancers kunnen zich echter in de
meeste gevallen verzekeren via RSF en die premies kosten geen kapitalen
dus dat probleem is op te lossen. En geld kan niet alleen een verklaring
zijn voor de ondervertegenwoordiging van Nederlandse media, want een
bepaald niet rijk land als Portugal heeft vaak wel journalisten ter
plekke.
Ik denk dat wij als Nederlanders in ons gezegende landje zo gewend zijn
aan veiligheid, beheersbaarheid, voorspelbaarheid et cetera dat risico’s
ons al snel als ‘te groot’ voorkomen. Dat wordt volgens mij ook
versterkt door een vrij bureaucratische mentaliteit op een aantal
redacties. Bij beslissingen over wel of niet afreizen naar een
conflictgebied wordt zelden een beroep gedaan op journalisten die daar
zinnige kennis, gebaseerd op ervaring, over hebben.
Eerder schreef
Hans-Jaap Melissen in deze rubriek (DJ nr 10, van 25 mei
2007) een pleidooi voor het niet-embedded reizen.
Nog weer eerder verdedigden
Hans de Vreij (DJ 2006/12, in de nrs 13 t/m 16 gevolgd door 7
reacties) en
George Marlet (DJ 2006/11) het
tegenovergestelde standpunt.
Matthias Houweling (DJ 2006.13)
voegde nog enkele nieuwsfeiten toe.
Ik heb dit debat niet nauw gevolgd maar wil graag inhaken op de bijdrage
van Minka Nijhuis (De Journalist van 20 juli jl.).
Zelf ben ik nu ruim twee weken terug van een verblijf van twee maanden
als fotograaf in Afghanistan. Ik heb gewerkt aan enkele zelfgeïnitieerde
fotoprojecten en tevens vrijwilligerswerk gedaan voor Afghaanse
fotojournalisten. Door het onderwerp van mijn projecten was ik het
grootste deel van mijn tijd in Kabul maar ik heb ook diverse plaatsen
daarbuiten bezocht. Deze reis heb ik volledig zelf georganiseerd en
gefinancierd. Waarom ? Ten eerste omdat diverse subsidieaanvragen (bij
fondsen voor documentaire/journalistieke fotoprojecten) niets opleverden.
Ten tweede omdat de diverse Nederlandse bladen die ik vooraf benaderde
met de mededeling dat ik twee maanden naar Afghanistan ging eerst
opveerden en gretig met "Oh ja" reageerden, om vervolgens te bekoelen
als ik op de vraag "Naar Uruzgan ?" ontkennend antwoordde, maar vertelde
dat ik een interessant project rond Afghaanse vrouwelijke
fotojournalisten ging doen. "Het Nederlandse publiek is voornamelijk
geïnteresseerd in de missie in Uruzgan" kreeg ik dan te horen, en dat
men na terugkeer natuurlijk wel weer graag mijn foto's wilde zien maar
vooraf zeker geen toezeggingen over publicatie wilde doen, laat staan
een opdracht geven.
Het gevolg van deze houding bij (foto-)redacties is, dat (foto-)journalisten
alleen enige financiële steun (middels een opdracht) voor hun reis
kunnen krijgen als ze zich met het thema Uruzgan bezighouden, en dat de
berichtgeving over Afghanistan daardoor merendeels "Uruzgan"-gerelateerd
is en er hierdoor een eenzijdig beeld over Afghanistan bij de
Nederlandse bevolking bestaat. Voor mijn vertrek heb ik via email
contact gehad met een woordvoerder van de missie in Afghanistan. Hij
vermeldde het feit dat men er veel Nederlandse media over de vloer
krijgt die echter allemaal alleen "embedded" werken. Tja, als je alleen
maar een opdracht (en financiering) kan krijgen door over de missie te
berichten heb je ook niet veel meer keus dan "embedded" te gaan (alhoewel...).
En vanuit die positie, qua vestiging en werkterrein, is het ook niet
verwonderlijk dat je een eenzijdig beeld over de Afghaanse wereld buiten
de missie krijgt. Daarbij kan ik me zo voorstellen, met alle respect
voor de militairen die daar werken, dat zij de bezoekende media niet
gaan vertellen dat het dagelijks leven zijn gangetje gaat in Kandahar
e.o., want waarom zit je daar anders zwaarbewapend ?
Persoonlijk denk ik dat de reden dat dus veel Nederlandse media
"embedded" werken in Afghanistan een wisselwerking, zo niet een zichzelf
versterkend proces is tussen eventuele persoonlijke angsten, al dan niet
ingegeven door een eenzijdige berichtgeving, en de mogelijkheid die je
van redacties krijgt, of niet krijgt, om er überhaupt naar toe te gaan,
weer ingegeven door een eenzijdig voorkeur voor verslaggeving, onder
invloed van.....de slag om de lezer, dalende oplagecijfers, teruglopende
omzet o.i.d..
Omdat ik geen vorm van financiering kon verwerven en ook geen
opdracht(en) heb ik mezelf ruim anderhalf jaar drie slagen in de rondte
gewerkt, als fotograaf en in nog twee bijbanen, om mijn reis zelf te
financieren. Met behulp van vrienden in Afghanistan heb ik onderdak
geregeld in Kabul, niet in een guesthouse want dat was te duur, maar op
een privéadres (waar ik, afgezien van een man voor mijn veiligheid en
mijn maaltijden, alleen verbleef). Na eerst de stad met een vaste
chauffeur opnieuw verkend te hebben (ik was hier eerder in 2003) ben ik
vervolgens of lopend of met een gewone taxi naar mijn afspraken gegaan,
heb ik in gewone Afghaanse restaurantjes gegeten, mijn boodschappen bij
de lokale groente- en fruitwinkel gedaan, veel en vaak versgemaakt
Afghaans ijs gegeten (ik kan je precies de beste adressen geven), en
diverse uitstapjes buiten Kabul gemaakt, zowel voor werk als vermaak (picknicken
met Afghanen), waarbij ik de ene keer in mijn eentje ging in een taxi en
de andere keer met Afghaanse vrienden of iemand die me in het kader van
een project begeleidde. Zeker in Kabul e.o. is dit uitstekend te doen,
en als ik meer tijd had gehad was ik ook nog naar andere plaatsen in
Afghanistan, waaronder Uruzgan, gegaan (maar niet embedded!).
Kortom, Afghanistan is zeker niet een groot Taliban-strijdveld, en
diverse gebieden zijn weldegelijk goed te bezoeken. Ik ben er echter,
afgezien van Minka Nijhuis (kan ik dat adres in Kandahar van je krijgen,
voor mijn volgende reis ?), echter geen enkele Nederlandse collega
tegengekomen, wel andere Westerse (foto-)journalisten.
Eerder schreef
Hans-Jaap Melissen in deze rubriek (DJ nr 10, van 25 mei
2007) een pleidooi voor het niet-embedded reizen.
Nog weer eerder verdedigden
Hans de Vreij (DJ 2006/12, in de nrs 13 t/m 16 gevolgd door 7
reacties) en
George Marlet (DJ 2006/11) het
tegenovergestelde standpunt.
Matthias Houweling (DJ 2006.13)
voegde nog enkele nieuwsfeiten toe.