De Journalist - dak

De Journalist Agenda 2008Voor de elektronische versie van
De Journalist Agenda 2008
klik hier (iCal).
Voor de geregeld aangepaste Google-versie,
klik hier: 
Voor suggesties en aanvullingen:
mail naar
info@dejournalistagenda.nl
 

  Home | Abonneren | Adverteren | Colofon | Deadlines | Agenda | Jaarindexen | Villamedia | NVJ

 
De Journalist - menu

Dossier zelfregulering
Een rondgang langs klachtenorganen in binnen- en buitenland

Dossier China
Persvrijheid in China

Andere Dossiers

Mediadag.nl

Masterclass
De Journalist en de NVJ-secties Vers in de Pers (ViP) en Plus+ nodigen je uit om een interview, portret of reportage te maken voor de nieuwe rubriek 'Masterclass'

Opleidingen
Alle journalistieke opleidingen en cursussen

Bedrijfsreportages
Markante bedrijven uit de mediawereld

Boeken

Collega's-Communities
Oorlogsjournalisten
Fotojournalisten
Studenten journalistiek


Portretten
Markante figuren uit de mediawereld

Vrouwen
Inventarisatie vrouwelijke hoofdredacteuren

Scriptieprijs De Journalist 2007
-samenvattingen van de inzendingen 2007
Archief
2005-2006

- winnaars
- interviews met winnaars
- samenvattingen van de inzendingen
2004-2005
- Samenvattingen
van de inzendingen

Serie: De toekomst van de krant
Alle afleveringen

Persprijzenlijst
Inventarisatie

Weblogs journalisten
Inventarisatie

Redactioneel
Van hoofdredacteur
Dolf Rogmans
 
  Collega's-Communities

DJ 2007.12, 20 juli 2007             terug naar voorpagina
                                             reactie Gitta van Buuren
                                        
Tijdens het MediaDebat van 31 mei, ‘Wiens brood men eet…’ over reizen met NGO’s, kwam het feit ter sprake dat betrekkelijk weinig Nederlandse verslaggevers zich begeven in gevaarlijke gebieden, zoals Irak of, in toenemende mate, Afghanistan. Verreweg de meeste journalisten die naar deze landen reizen, doen dat embedded. Henk Steenhuis opperde toen dat het misschien een kwestie van moed was (zie www.mediadebat.nl ). Onze medewerkster Minka Nijhuis stuurde vanuit Bangkok een reactie. Freelance fotojournaliste Gitta van Buuren reageerde daar weer op.


‘Risico’s worden snel overschat’

Minka Nijhuis


Eigenlijk denk ik dat er wel heel veel mis is met de manier waarop Nederlandse media conflicten verslaan en dat heeft mijns inziens wel degelijk met de Nederlandse mentaliteit te maken. Ik vind moed, of liever het gebrek eraan (zoals Steenhuis zich afvraagt), een vervelend woord in deze context en ik begrijp ook heel goed dat er journalisten zijn die landen als Irak en Afghanistan te gevaarlijk vinden. Dat vind ik een persoonlijke keuze waarop je niemand mag veroordelen.

Maar wat ik zeer merkwaardig en verkeerd vind, is dat er regelmatig gedaan wordt alsof in die gebieden niet, of alleen maar embedded te werken is. Ik heb bijvoorbeeld met enorme verbazing gekeken naar de NOVA verslaggeving vanaf basis Kandahar. Op hun website wordt Afghanistan als te gevaarlijk voor unembedded afgeschilderd en er wordt in de uitzendingen gesuggereerd dat een trip naar en door de stad een zeer risicovolle exercitie is. Dat is niet waar. Er is echt nog goed te werken. Er is een zeer aangenaam en veilig hotel in de stad (met als bonus een prachtige rozentuin, draadloos internet en veel interessante buitenlandse collega’s die er wél op uitgaan).

Hoe komt het dat Nederlandse media het regelmatig (en als eerste) laten afweten in ongewisse oorden? Er wordt in het debat gerefereerd aan het feit dat men niet wil werken met freelancers die onverzekerd zijn vanwege de onbetaalbare premies. Freelancers kunnen zich echter in de meeste gevallen verzekeren via RSF en die premies kosten geen kapitalen dus dat probleem is op te lossen. En geld kan niet alleen een verklaring zijn voor de ondervertegenwoordiging van Nederlandse media, want een bepaald niet rijk land als Portugal heeft vaak wel journalisten ter plekke.

Ik denk dat wij als Nederlanders in ons gezegende landje zo gewend zijn aan veiligheid, beheersbaarheid, voorspelbaarheid et cetera dat risico’s ons al snel als ‘te groot’ voorkomen. Dat wordt volgens mij ook versterkt door een vrij bureaucratische mentaliteit op een aantal redacties. Bij beslissingen over wel of niet afreizen naar een conflictgebied wordt zelden een beroep gedaan op journalisten die daar zinnige kennis, gebaseerd op ervaring, over hebben.


Eerder schreef Hans-Jaap Melissen in deze rubriek (DJ nr 10, van 25 mei 2007) een pleidooi voor het niet-embedded reizen.
Nog weer eerder verdedigden Hans de Vreij (DJ 2006/12, in de nrs 13 t/m 16 gevolgd door 7 reacties) en George Marlet (DJ 2006/11) het tegenovergestelde standpunt.
Matthias Houweling (DJ 2006.13) voegde nog enkele nieuwsfeiten toe.


    
reageren      terug naar index_collegaas          terug naar top

Reactie Gitta van Buuren

Ik heb dit debat niet nauw gevolgd maar wil graag inhaken op de bijdrage van Minka Nijhuis (De Journalist van 20 juli jl.).

Zelf ben ik nu ruim twee weken terug van een verblijf van twee maanden als fotograaf in Afghanistan. Ik heb gewerkt aan enkele zelfgeïnitieerde fotoprojecten en tevens vrijwilligerswerk gedaan voor Afghaanse fotojournalisten. Door het onderwerp van mijn projecten was ik het grootste deel van mijn tijd in Kabul maar ik heb ook diverse plaatsen daarbuiten bezocht. Deze reis heb ik volledig zelf georganiseerd en gefinancierd. Waarom ? Ten eerste omdat diverse subsidieaanvragen (bij fondsen voor documentaire/journalistieke fotoprojecten) niets opleverden. Ten tweede omdat de diverse Nederlandse bladen die ik vooraf benaderde met de mededeling dat ik twee maanden naar Afghanistan ging eerst opveerden en gretig met "Oh ja" reageerden, om vervolgens te bekoelen als ik op de vraag "Naar Uruzgan ?" ontkennend antwoordde, maar vertelde dat ik een interessant project rond Afghaanse vrouwelijke fotojournalisten ging doen. "Het Nederlandse publiek is voornamelijk geïnteresseerd in de missie in Uruzgan" kreeg ik dan te horen, en dat men na terugkeer natuurlijk wel weer graag mijn foto's wilde zien maar vooraf zeker geen toezeggingen over publicatie wilde doen, laat staan een opdracht geven.

Het gevolg van deze houding bij (foto-)redacties is, dat (foto-)journalisten alleen enige financiële steun (middels een opdracht) voor hun reis kunnen krijgen als ze zich met het thema Uruzgan bezighouden, en dat de berichtgeving over Afghanistan daardoor merendeels "Uruzgan"-gerelateerd is en er hierdoor een eenzijdig beeld over Afghanistan bij de Nederlandse bevolking bestaat. Voor mijn vertrek heb ik via email contact gehad met een woordvoerder van de missie in Afghanistan. Hij vermeldde het feit dat men er veel Nederlandse media over de vloer krijgt die echter allemaal alleen "embedded" werken. Tja, als je alleen maar een opdracht (en financiering) kan krijgen door over de missie te berichten heb je ook niet veel meer keus dan "embedded" te gaan (alhoewel...). En vanuit die positie, qua vestiging en werkterrein, is het ook niet verwonderlijk dat je een eenzijdig beeld over de Afghaanse wereld buiten de missie krijgt. Daarbij kan ik me zo voorstellen, met alle respect voor de militairen die daar werken, dat zij de bezoekende media niet gaan vertellen dat het dagelijks leven zijn gangetje gaat in Kandahar e.o., want waarom zit je daar anders zwaarbewapend ?
Persoonlijk denk ik dat de reden dat dus veel Nederlandse media "embedded" werken in Afghanistan een wisselwerking, zo niet een zichzelf versterkend proces is tussen eventuele persoonlijke angsten, al dan niet ingegeven door een eenzijdige berichtgeving, en de mogelijkheid die je van redacties krijgt, of niet krijgt, om er überhaupt naar toe te gaan, weer ingegeven door een eenzijdig voorkeur voor verslaggeving, onder invloed van.....de slag om de lezer, dalende oplagecijfers, teruglopende omzet o.i.d..

Omdat ik geen vorm van financiering kon verwerven en ook geen opdracht(en) heb ik mezelf ruim anderhalf jaar drie slagen in de rondte gewerkt, als fotograaf en in nog twee bijbanen, om mijn reis zelf te financieren. Met behulp van vrienden in Afghanistan heb ik onderdak geregeld in Kabul, niet in een guesthouse want dat was te duur, maar op een privéadres (waar ik, afgezien van een man voor mijn veiligheid en mijn maaltijden, alleen verbleef). Na eerst de stad met een vaste chauffeur opnieuw verkend te hebben (ik was hier eerder in 2003) ben ik vervolgens of lopend of met een gewone taxi naar mijn afspraken gegaan, heb ik in gewone Afghaanse restaurantjes gegeten, mijn boodschappen bij de lokale groente- en fruitwinkel gedaan, veel en vaak versgemaakt Afghaans ijs gegeten (ik kan je precies de beste adressen geven), en diverse uitstapjes buiten Kabul gemaakt, zowel voor werk als vermaak (picknicken met Afghanen), waarbij ik de ene keer in mijn eentje ging in een taxi en de andere keer met Afghaanse vrienden of iemand die me in het kader van een project begeleidde. Zeker in Kabul e.o. is dit uitstekend te doen, en als ik meer tijd had gehad was ik ook nog naar andere plaatsen in Afghanistan, waaronder Uruzgan, gegaan (maar niet embedded!).

Kortom, Afghanistan is zeker niet een groot Taliban-strijdveld, en diverse gebieden zijn weldegelijk goed te bezoeken. Ik ben er echter, afgezien van Minka Nijhuis (kan ik dat adres in Kandahar van je krijgen, voor mijn volgende reis ?), echter geen enkele Nederlandse collega tegengekomen, wel andere Westerse (foto-)journalisten.

Eerder schreef Hans-Jaap Melissen in deze rubriek (DJ nr 10, van 25 mei 2007) een pleidooi voor het niet-embedded reizen.
Nog weer eerder verdedigden Hans de Vreij (DJ 2006/12, in de nrs 13 t/m 16 gevolgd door 7 reacties) en George Marlet (DJ 2006/11) het tegenovergestelde standpunt.
Matthias Houweling (DJ 2006.13) voegde nog enkele nieuwsfeiten toe.


    
reageren      terug naar index_collegaas          terug naar top