Voor
de elektronische versie van
De
Journalist Agenda 2008 klik
hier (iCal).
Voor de geregeld aangepaste Google-versie,
klik hier:
Voor suggesties en aanvullingen:
mail naar
info@dejournalistagenda.nl
DJ nr.10, 25.05.2007
Oorlogsjournalisten: Embedded mét
hagelslag en kaas
Hans Jaap Melissen reisde voor de Wereldomroep en NOS Radio 1 door
Afghanistan en beantwoordt zo de vraag: Niet embedded naar Afghanistan,
kan dat?
‘Ja, het kan. Met
een beetje moeite. “Maar is het helemaal risicoloos?”, zou een echt
Nederlandse vraag luiden. Nee, natuurlijk. Maar dat is embedded reizen ook
niet. Gevaren genoeg. Ik was maar net in Kaboel, toen het onthoofde
lichaam van Ajmal, de tolk van een ontvoerde en weer vrijgelaten
Italiaanse journalist uit zuidelijk Afghanistan terugkeerde. Zijn vader
was kapot. Zijn collega’s (Ajmal was journalist) filmden, de beelden
bewogen door hun schokkerig huilen. Mijn tolk Edris keek ontzet naar de
kist. Ik keek naar hem en dacht aan mijn tolk Jamal in Irak: bijna drie
jaar geleden onthoofd door opstandelingen.
Edris zei: “Ik wil overal naartoe. Maar niet naar het zuiden.” Dus reden
we naar het noorden. En het oosten. Papavers. Veel papavers. Zonder Edris
vloog ik naar Kandahar. En ineens was ik ook niet-embedded in Uruzgan. Dat
is geloof ik bijzonder. Maar zo voelde het niet.
Wel bijzonder was mijn korte bezoek aan Kamp Holland. (poortwachter: “waar
komt u toch vandaan?”) Twee embedded journalisten waren er. Maar er zijn
er al ongeveer 140 geweest begreep ik. Van een man met een camouflage
fetisjisme die zelf ging schieten, tot mensen die zich wel journalist
noemen. Allemaal gehoorzamen ze aan de eis om hun stukjes eerst aan de
voorlichter te geven. Die beoordeelt ze dan op “veiligheidsaspecten”. De
voorlichter van dienst (ontzettend aardig…) bekende dat hij ook wel
inhoudelijk commentaar geeft. “Alleen als de journalist er om vraagt.”
Helpt sturen… Maar meerdere collega’s zeggen dat ze zelf bij voorbaat van
alles schrappen. 1-0 voor Defensievoorlichting.
Ik heb eigenlijk niks tegen embedden. Het kan zelfs goed zijn om zowel
“met” als “zonder” de militairen te reizen: zo zie je twee kanten. Dat doe
ik in Irak ook. Maar bij de Amerikanen heb ik nog nooit een verhaal
voorgelegd aan wie dan ook. Waarom zouden al die Nederlandse collega’s dan
wel deze mix van voorlichting en eindredactie accepteren?
‘s Avonds in mijn niet-embedded bed in Tirin Kot (zo heet de hoofdstad van
Uruzgan volgens de inwoners) dacht ik, het zou toch niet dit zijn: De hele
reis is gratis, vanaf Eindhoven. Kost en inwoning ook. Brood, hagelslag en
kaas die gewoon naar kaas smaakt.
Het is zelfs winstgevend. Immers: het is goedkoper om je in Afghanistan te
laten inpakken door Defensie dan dat je thuis blijft. Je houdt je dus
gedeisd, in de hoop op een volgend volledig verzorgd reisje.
Mijn vijf weken “vrij” reizen in Afghanistan waren relatief duur. Maar wel
heel boeiend. En slecht voor de maag. Dat wel. Gelukkig konden mijn tolken
en ik ondanks alles nog wel het hoofd bij het werk houden…’