Voor
de elektronische versie van
De
Journalist Agenda 2008 klik
hier (iCal).
Voor de geregeld aangepaste Google-versie,
klik hier:
Voor suggesties en aanvullingen:
mail naar
info@dejournalistagenda.nl
World
Press Photo-juryleden uit heel de wereld sluiten zich bijna twee weken op,
voor het grootste deel van de tijd in het donker. Dit jaar kiezen ze die
ene World Press Photo uit bijna tachtigduizend beelden. Verslag van een
visuele uitputtingsslag in Amsterdam.
Frits Baarda
‘Out’
‘Out’
‘Out’
‘In’
Een enkel jurylid trekt zijn deken nog vaster rond de schouders. Het is
donker en koud in het zaaltje. De organisatie heeft de verwarming op
verzoek uitgezet en dekens uitgedeeld voor wie ze hebben wil. Niemand kan
van de warmte in slaap dommelen. Concentratie en fitheid zijn geboden.
‘Out’
‘Out’
Het is de elfde dag. Eén dag voor de finale besprekingen. Drie dagen voor
de bekendmaking van de World Press Photo 2006 op 9 februari. De negen
juryleden, zes mannen en drie vrouwen, kijken zwijgend naar een scherm. Ze
beoordelen Spot News, singles. Alleen beeld, geen naam van de fotograaf,
geen caption met informatie. Met één vinger drukken ze haast onmerkbaar op
een stemstift. Ten minste vier stemmen vóór betekent: foto door naar de
volgende ronde. Alleen het zoemen van de beamer is te horen, en om de drie
seconden de stem van de jurysecretaris Stephen Mayes, directeur van een
Brits fotoarchief:
‘In’
‘Out’
Een roep uit het duister: ‘Reconsider! Het Australische jurylid in poncho
en bontmuts, de fotograaf Philip Blenkinsop, vraagt een heroverweging aan.
‘Great shot. Watch the light!’ Het beeld van vrouwen in een
vluchtelingenkamp keert voor enkele seconden terug. Vijf collega’s steunen
hem. Een klein, voor juryleden onzichtbaar lichtkastje registreert de
stemmen. Foto door.
De juryleden zijn nu een halve week bij elkaar. Ze beoordelen de 13394
foto’s die vijf andere juryleden de eerste dagen uit de bijna
tachtigduizend inzendingen hebben geselecteerd. De meesten zijn terug,
naar Duitsland, China en Zimbabwe.
Gisteren was het jureren uitputtend. De laatste beelden kwamen om
middernacht langs. Terwijl organisatoren en administratief personeel nog
voor de afhandeling moesten blijven, haastten de juryleden zich naar het
Hilton. Na een weldadige slaap zat vanmorgen iedereen om negen uur weer in
zijn stoel, jas of deken bij de hand. De eerste single beelden stonden
klaar. Alle foto’s worden op een scherm vertoond. Bijna de helft van alle
inzendingen kwam dit jaar met hulp van het programma Imaging Backbone via
internet binnen, de rest op andere wijze, maar bijna allemaal digitaal.
Pas tijdens de twee finaledagen blijft het licht aan en buigen de
juryleden zich letterlijk over de prints van de meest kansrijke digitale
opnamen. Kleur en impact van het onderwerp komen op die manier het dichtst
bij de gedrukte vorm. Juryleden krijgen dan voor het eerst informatie over
plaats, tijd en journalistieke context. Zo beoordeelde de jury de
inzendingen bij de oprichting van World Press Photo in 1955, zo doen ze
dat in 2007.
De laatste foto in de categorie Spot News toont gewapende mannen die over
een muur klimmen.
‘Gorgeous!’
‘It’s a training. Not real!’
‘Out’
Licht verbreekt de duisternis. ‘Take a break!’ roept secretaris. De meeste
juryleden stappen zwijgend op en verdwijnen voor een paar minuten in
andere ruimten van het World Press Photo-kantoor. Iemand zet een raam
open. Het sneeuwt in Amsterdam. Stephen Mayes blijft zitten en wrijft
permanent in zijn ogen. ‘Het was weer laat, ja, vannacht’, zegt hij. Maar
zijn enthousiasme is ongebroken, beweert hij ook. ‘Het is mijn werk. Ik
heb geweldig werk.’ Hij komt al jaren naar de jurydagen en ziet
veranderingen. ‘Fotografen hebben veel betere digitale camera’s, waarmee
ze technisch veel betere foto’s maken. We zien alleen maar mooie foto’s.
De beste dia van vroeger is van mindere kwaliteit dan de beste digitale
foto van nu. De discussie gaat niet meer over beeldkwaliteit, maar meer
over de vraag: is het echt of is er gephotoshopt. De fotojournalisten
zijn dezelfde gebleven, met hetzelfde talent. Een aantal heeft een heel
hoog niveau. Onder hen opvallend veel Nederlanders. Jullie zijn echt
goed.’
Een paar stoelen
verderop drukt Jerry Lampen, de Rotterdamse Reuters-fotograaf,
gedachteloos op knopjes van zijn mobiele telefoon. Hij heeft dit jaar geen
foto’s ingestuurd; hij is voor het eerst jurylid. Hij is kritischer over
het niveau: ‘Het valt me tegen, ik had veel betere dingen verwacht. Vooral
bij de sport. Alle bobsleeërs vanuit dezelfde positie. Voetbal, hetzelfde
verhaal. Je ziet nu goed hoe wij als fotojournalisten in onze
bewegingsvrijheid worden beperkt.’ Toch vermaakt hij zich bij het jureren?
‘Dit had ik niet willen missen. Normaal ben ik een eenling in het veld, nu
denken we collectief. Ik leer hier veel, van collega’s maar ook van
mezelf. Wanneer kijk je zo intensief naar foto’s?’
De juryleden
druppelen binnen. De medewerkers nemen plaats achter hun laptops en het
registratiekastje. Ze zetten de volgende serie foto’s klaar, categorie
Daily Life. Over een klein uur moeten voor de finale uit 402 beelden
tussen de twintig en dertig beelden zijn gefilterd. Vandaag is een korte
dag. Om zes uur wordt iedereen op de ambtswoning van Job Cohen verwacht.
De Amsterdamse burgemeester en de ambassadeurs van de vertegenwoordigende
landen willen de juryleden op een bijeenkomst welkom heten en moed
inspreken, een traditie van jaren. Morgenochtend zit iedereen al om half
negen in zijn stoel. Dan begint de finale en discussiëren ze tot het ene
uitzonderlijke beeld vaststaat. De World Press Photo of the Year 2006.
‘Daily Life!’, roept secretaris Mayes. Iemand sluit het raam met
verduisteringspapier. Buiten is het opgehouden met sneeuwen, binnen blijft
de kou. Op het scherm verschijnt het eerste beeld.
‘Out’
‘In’
‘Out’