|
|
|
|
Home | Abonneren | Adverteren | Colofon | Deadlines | Agenda | Jaarindexen | Villamedia | NVJ |
|
|
Artikel DJ nr.15, 08.09.2006 Scriptieprijs De Journalist De winnaars van de Scriptieprijs De Journalist 2005/2006 zijn bekend. In de categorie WO won Ivo Barends (26), de prijs in de categorie HBO ging naar Cyntha van Gorp (23). Matthias Houweling Ivo Barends: ‘Ik zit op m’n plek’ Voordat Ivo Barends aan zijn studie journalistiek begon, had hij al met succes een rechtenstudie afgerond. Het pad naar de advocatuur lag dus open, toen hij een poster zag hangen in de Rijksuniversiteit Groningen waarop melding werd gemaakt van een nieuwe masteropleiding journalistiek. Hij besloot zijn nog ongedragen toga aan de wilgen te hangen en het verblijf aan de universiteit met twee jaar te verlengen. ‘Ik ben rechten gaan studeren omdat het zo’n brede opleiding is’, zegt hij, ‘maar na mijn afstuderen sloeg de twijfel toe. Hoewel ik de studie met veel plezier had afgemaakt, sprak het beroep van advocaat of rechter mij niet echt aan. Op dat moment begon de master journalistiek. Dus daar heb ik mij gelijk voor aangemeld. Na een paar toetsen kon ik beginnen.’ Hoewel Barends niet iemand is die ‘altijd al voor de schoolkrant schreef’, speelde hij al langer met de gedachte om de journalistiek in te gaan. Vooral vanwege zijn brede maatschappelijke interesse. ‘Ik heb altijd veel kranten gelezen en teletekst volgde ik op de voet. De keuze was dus niet verrassend.’ Van zijn juridische achtergrond heeft de Scriptieprijswinnaar altijd veel gebruik gemaakt. Een stage op de kunstredactie van de Volkskrant leidde tot artikelen over cultuursubsidies, de winkelketen Aldi die ‘in de kunst’ ging en de samenwerking tussen ABN Amro en het Stedelijk Museum. ‘Inhoudelijk had ik natuurlijk veel minder kennis dan de kunstredacteuren,’ zegt Barends, ‘maar zij vonden het wel leuk dat er iemand van buiten bij kwam die dit soort zaken oppikte.’ Ook voor zijn afstudeerscriptie zocht Barends het snijvlak op van journalistiek en wetgeving: hij verdiepte zich in het journalistieke verschoningsrecht. Barends had een goed gevoel over de scriptie, maar het bericht dat hij de Scriptieprijs De Journalist had gewonnen, kwam toch als een verassing: ‘Het is al een half jaar geleden dat ik de scriptie heb opgestuurd. Sindsdien heb ik niets meer gehoord. Ik dacht er dus niet meer aan. Dat ik de prijs heb gewonnen, vind ik echt geweldig. Ik ga zo maar eens trakteren hier op de redactie.’ Direct na zijn afstuderen in augustus vorig jaar kon Barends als redacteur aan de slag bij de Staatscourant. ‘Hier kan ik op een journalistieke manier over juridische onderwerpen schrijven. Ik zit dus echt op mijn plek.’ Cyntha van Gorp: ‘Politiek vanaf de zijlijn’ Het is niet de eerste keer dat Cyntha van Gorp in De Journalist geportretteerd wordt. In nummer 11 van deze jaargang figureerde zij als rolmodel in de gelijknamige rubriek. Niet slecht voor een 23-jarige student journalistiek. Ze werd bejubeld door Toof Brader, politiek verslaggever van de NOS. Hij had haar leren kennen in Nieuwspoort, toen zij in het laatste jaar van de havo zat. Tegen het eind van haar studie journalistiek vroeg zij Brader om zijn mening over haar scriptieonderwerp. Hij zag er niet zoveel in. Van Gorp ging er toch mee door en slaagde met vlag en wimpel. Ze heeft er nu zelfs de Scriptieprijs mee gewonnen. Zelf vond ze ook wel dat het ‘goed was gelukt’. Om uit te zoeken hoe de parlementaire pers bericht over de Eerste Kamer, sprak ze met achttien senatoren, zes journalisten, en drie deskundigen. ‘Ze waren verassend open’, zegt Van Gorp. ‘Ze spoorden me zelfs aan om een artikel te schrijven, een boekje uit te geven en een persconferentie te organiseren.’ Dat boekje komt er. Waarschijnlijk in eigen beheer, maar misschien stapt ze er ook wel mee naar een uitgever. Vanaf het moment dat Van Gorp haar studie journalistiek begon aan de Fontys Hogeschool Tilburg stond haar maar één doel voor ogen: parlementair journalist worden. Ervaring deed ze op tijdens een stage op de politieke redactie van Trouw, tijdens de gemeenteraadsverkiezingen, waar ze voor de NOS website Nederlandkiest.nl vrijwillig verslag van deed, en bij De Gelderlander, haar huidige podium. ‘Als er een Tweede Kamerlid naar Arnhem komt, bellen ze mij.’ Wat haar zo aantrekt in het Haagse is dat uiteindelijk alles met politiek te maken heeft. ‘Het raakt iedereen.’ Zelf was ze ook politiek actief bij de JS, de jongerenorganisatie van de PvdA, maar uiteindelijk besloot ze de politiek toch vanaf de zijlijn te volgen. Na de zomer begint de winnares aan een studie criminologie aan de VU. ‘Politicologie lag meer voor de hand en dat wilde ik eigenlijk ook gaan doen,’ zegt Van Gorp, ‘maar uiteindelijk sprak criminologie me toch meer aan. Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in de psychologische achtergronden van criminelen.’ Ook deze interesse heeft zijn weg naar het papier gevonden. Vier jaar geleden won zij de jongerenwedstrijd Kunstbende met een verhaal over een seriemoordenaar. Daarna is de productie wat blijven steken: ‘Ik heb wel schrijversambities, maar ik moet er het geduld voor vinden. Bij de verhalen die ik tot nu toe heb geschreven, kwam ik niet verder dan hoofdstuk 2.’ | Waar ging het over? Voor zijn scriptie ‘Van vrome wensch tot fundamentele voorwaarde. Geschiedenis van het journalistiek verschoningsrecht in Nederland’, legt Ivo Barends de groeiende behoefte aan wettelijke bescherming van het brongeheim onder journalisten naast de professionalisering van de beroepsgroep. Want verschoningsrecht geldt alleen voor beroepen die duidelijk afgebakend en sterk zelfregulerend zijn, zoals artsen, advocaten en notarissen. Barends onderzoekt vier gevallen uit de vorige eeuw waarin een journalist zich beriep op zijn zwijgrecht. Hij analyseert de discussies, onderzoeken en wetsvoorstellen, en komt tot de conclusie dat het vastleggen van het journalistiek verschoningsrecht nog steeds wenselijk is. In ‘De Eerste Kamer en de parlementaire pers. Ready to fall in love?’ vraagt Cyntha van Gorp zich af in hoeverre de parlementaire pers de Eerste Kamer op de huid moet zitten. Sommige journalisten vinden de Eerste Kamer pas interessant als het wetgevingsproces wordt verstoord of een crisis dreigt. Een ander denkt wel dat de nuance uit de Eerste Kamer de lezers wel zou interesseren. Senatoren zijn geen uitgesproken voorstander van meer persaandacht, maar denken wel dat ze dan beter zouden functioneren. Hieruit concludeert Van Gorp dat meer aandacht voor de Senaat wenselijk is, omdat dit de kwaliteit van het senaatswerk zou verbeteren. De artikelen n.a.v. deze scripties worden geplaatst in De Journalist nummer 16 en 17. |