|
|
|
|
Home | Abonneren | Adverteren | Colofon | Deadlines | Agenda | Jaarindexen | Villamedia | NVJ |
|
|
Collega's De Journalist nr.12, 20.07.2007 terug naar voorpagina reacties Dagboek ‘Uruzgan’ Hans de Vreij, defensie- en veiligheidsspecialist van de Wereldomroep Collega, bedankt…. Dinsdag 20 juni Landing op het militaire vliegveld van Kaboel; scherfwerend vest en Kevlar helm in ontvangst genomen en na een hapje, wat internetten en een bezoekje aan de Dutch Corner (bar, tv-scherm, zitjes – men maakt er het beste van), met een man of veertig in de tent in diepe slaap. Woensdag Minister Henk Kamp keert terug van een geheimgehouden bezoek aan Tarin Kowt, de provinciehoofdstad van Uruzgan. In het meereizende journalistengezelschap valt me een wat schichtig ogende collega van HP/DeTijd op. Kamp deelt medailles uit; we maken een geinige foto (‘niet voor publicatie!’) met de bewindsman voor de Dutch Corner. Ik tuur naar de bergen rond Kaboel. Wat heeft hier in de loop der decennia niet allemaal gevochten? Donderdag Per Hercules naar het zuidelijke Kandahar. Geen raampjes, geen uitzicht Geeft niet, ik slaap het grootste deel van de vlucht. Op Kandahar slaat de hitte me in het gezicht. Een behulpzame perswoordvoerder loodst me met zijn jeep langs de essentiÎle plekken op de gigantische Amerikaanse basis; opnieuw een Dutch Corner; de eetzalen; de containerkantoren; de perstent annex slaapverblijf voor journalisten en officieren. Ik zal deze week de enige zijn. In de loop van de dag informeer ik wanneer ik naar Uruzgan kan. Niet, luidt het ontluisterende antwoord. Maar daarvoor was ik toch uitgenodigd? Kan zijn, maar a) rijdt er in ‘mijn week’ geen konvooi die kant op en b) is er een klein probleempje ontstaan met een Nederlandse journalist. Hoe vertel ik dit mijn baas? ’s Avond zit ik in de perstent een stukje te tikken wanneer ik mortiervuur hoor. Uitgaand, melden mijn hersens op basis van eerdere oorlogservaring. Er klinkt ook geen alarm, rustig doortikken. Vrijdag Het ‘probleempje’ van een collega blijkt om de schichtig ogende HP/DeTijd-collega te gaan. Die was in het kielzog van minister Kamp wÈl in Tarin Kowt terecht gekomen. Was even aan de aandacht ontsnapt; op een borstwering (‘Hesco’) geklommen en een foto gemaakt. Niets aan de hand, zult u zeggen. Ware het niet dat die troepen, commando’s om precies te zijn, daar officieel helemaal niet zijn. Sterker nog, zelfs hun parlement in ***** schijnt daar niets van af te weten. De *****sche commando’s witheet; een officieel proces-verbaal en vernietiging van de gewraakte foto’s zullen volgen. Bovendien een door hen opgedrongen oekaze: tot nader order zijn Nederlandse journalisten niet welkom in Uruzgan. Collega, bedankt! Zaterdag Veel interviews. Kandahar moge dan geen Uruzgan zijn, hier zit wel iedereen die ik voor de microfoon zou willen hebben. Van monteurs die in de verzengende hitte hun werk moeten doen tot de nummer twee van Operatie Enduring Freedom voor Zuid-Afghanistan. Een bezoekende marinier bezorgt me de nodige ‘couleur locale’ uit Uruzgan. Tweedehands, maar wel interessant. En het ‘embedded’ zijn blijkt, net als eerder, meer voor- dan nadelen te hebben. In mijn meer dan 17 bijdragen uit Kandahar wordt welgeteld ÈÈn woord veranderd. Zondag-dinsdag De resterende tijd in Kandahar maak ik alle interviews die ik nog wilde maken. En ik krijg veel meer informatie dan ik kan of mag publiceren. Een teken van vertrouwen en meer dan nuttig. Het betreft zaken die journalistiek gezien geen betekenis hebben, maar militair des te meer. ‘Feind hˆrt mit’, dat is de realiteit van Zuid-Afghanistan. Censuur? Nee. Voor herhaling vatbaar? Zeker. Bij terugkomst op Eindhoven toch maar even snel de nieuwe HP/DeTijd gekocht. De collega heeft gezwegen, wat ik eerlijk gezegd niet had verwacht. Reacties (1) Boudewijn Geels (2) Ton van Dijk (3) Joop Daalmeijer (4) Hans de Vreij (5) Nico Vermeulen (6) Barry Wiijnandts (7) Ton van Dijk (bis) Dagboek Uruzgan (1) Arme Hans de Vreij. Was hij helemaal naar Afghanistan gevlogen, mocht hij Uruzgan niet in. En dat was allemaal de schuld van HP/De Tijd, schreef hij (DJ nr.12, 07.07.06). Van 19 t/m 21 juni reisde ik in het gevolg van minister Henk Kamp naar Kabul, Kandahar en Tarin Kowt (Uruzgan). Ook het ANP was mee. Een Defensie-voorlichter zei dat ik niet mocht opschrijven welke bondgenoten er allemaal in Afghanistan actief zijn. ‘Soms weten ze dat in die landen zelf (nog) niet eens.’ De laatste ochtend maakte ik nog wat foto’s op de basis in Tarin Kowt. Door een hek (dus niet bovenop de borstwering, zoals De Vreij schreef) kiekte ik een Apache-helikopter. Meteen kwam er een ***** soldaat op me af, die meedeelde dat aan zijn kant van het hek absoluut niet gefotografeerd mocht worden. Ik antwoordde dat ik dat niet wist, excuseerde me en wiste de foto. Klaar. Althans, dat dacht ik. In het vliegtuig naar Kabul stapte een tweede persvoorlichter op me af. Hij was zichtbaar gestresst. ‘Heb jij foto’s gemaakt van de *****?!’ De coalitiegenoten (commando’s) bleken furieus te zijn, en dat kreeg hij, de voorlichter, allemaal op z’n bord. In Kabul maakte de marechaussee proces verbaal op, ‘om de ***** weer rustig te krijgen’. Ik werkte volledig mee, want ik vond het oprecht vervelend dat ik die voorlichter zo in verlegenheid had gebracht. Wel zei ik dat ik graag had gewÈten dat ik zo voorzichtig moest zijn met mijn camera (de voorlichters erkenden dat ze dat niet hadden gezegd). Bovendien was aan die Apache niet te zien geweest dat het geen Nederlands toestel was. De sfeer was uiterst gemoedelijk. ‘Hiermee is de kous wel af’, zei de ‘MP’ toen alle handtekeningen waren gezet. Mooi zo, ongelukje afgehandeld, dacht ik. Tot ik De Vreijs ‘dagboek’ las. Volgens Defensie zijn ‘mogelijke plooien al lang gladgestreken’ en zijn ‘Nederlandse verslaggevers zonder meer welkom in Tarin Kowt’. Maar De Vreij, die in Afghanistan arriveerde op de dag dat ik vertrok, was dus kennelijk de klos. ‘Collega, bedankt’, stond er boven zijn artikel. Collega, sorry! Boudewijn Geels, Verslaggever HP/De Tijd Dagboek Uruzgan (2) In De Journalist trof ik de bijdrage aan van Hans de Vreij . Hans (Hallo, hier Bandoeng) de Vreij bericht vanuit Uruzgan. ‘In Kandahar slaat de hitte mij in het gezicht.’ De koene verslaggever met helm en embedded in scherfwerend vest tikt in de perstent zijn onbeholpen stukje als hij mortiervuur hoort. ‘Uitgaand melden mijn hersens op basis van eerdere oorlogservaring.’ Dronken soldaten vieren verjaardag? Of gewoon effe proberen of die dingen werken? Onze Hemingway ‘tikt rustig door.’ Hans is blij dat er ‘welgeteld’ maar ÈÈn woord in zijn bijdragen is veranderd. Terwijl hij veel meer informatie krijgt dan hij ‘kan of mag publiceren!’ Er is wel een probleempje met een collega van HP/De Tijd. Die was zo handig om wÈl met Henk Kamp mee te reizen, hetgeen De Vreij niet lukte. Dat wordt nog een incidentje, waardoor De Vreij niet naar Uruzgan mag en het elders moet doen met ‘monteurs in verzengende hitte.’ Zijn couleur locale uit Uruzgan komt van een bezoekende marinier. Zeg maar de taxichauffeur. ‘Tweedehands, maar wel interessant.’ De Vreij vindt het maten_naaierei. Collega, bedankt… is de kop boven het stukje. Is dit cabaret? Is dit een pastiche op ‘Scoop’ van Evelyn Waugh? Is dit de standaard van een vakblad over journalistiek? Of is het een les over hoe het volgens de Vreij moet: gezellig met z’n allen in de perstent en goed naar de autoriteiten luisteren want zij hebben het beste met ons voor. Ton van Dijk. freelance journalist, docent journalistiek RUG URUZGAN (3) Dalam suratnya yang tidak lucu dan bersifat pribadi, Ton van Dijk menyatukan Radio Nederland Wereldomroep dan Hans de Vreij, redaktur Perdamaian dan Keamanan, yang menulis kolom tentang embedded journalism, dengan ‘Hallo Bandoeng’. Kepada Bandoeng? Kepada Hindia Belanda tahun 1928? Waktu itu memang untuk pertama kalinya bisa dilakukan hubungan telpon antara Belanda dengan koloninya di seberang lautan. Van Dijk sendiri jelas bukan dari zaman itu. Dari tahun 60an dan 70an. Dan tampaknya juga tidak berkembang lagi sesudah itu. Yang jelas dia bukan orang zaman sekarang. Karena kalau memang ikut perkembangan zaman, dia pasti tahu bahwa Wereldomroep tidak ada kaitannya dengan ‘Hallo Bandoeng’. Wereldomroep mengudarakan acara radio yang mandiri dan tidak memihak, juga untuk pasar Indonesia. Dalam bahasa Indonesia, tentunya. Acara-acara radio yang diudarakan oleh Wereldomroep, sayangnya belum bisa dibuat sendiri di Indonesia, para jurnalis Indonesia masih belum bebas membuat acara, dengan ketrampilan dan dana yang juga belum memadai. Hallo Groningen, ikuti perkembangan zaman dan jangan campuradukkan hal-hal yang memang tidak berkaitan, ya! Joop Daalmeijer, Pemred Radio Nederland Wereldomroep Vertaling: Ton van Dijk koppelt Radio Nederland Wereldomroep en Hans de Vreij, redacteur Vrede en Veiligheid, in zijn flauwe en op de persoon gespeelde ingezonden briefje over een column rond ‘embedded journalism’, aan ‘Hallo Bandoeng’. Aan Bandoeng? Aan het IndiÎ van 1928? Toen vanuit Nederland voor het eerst getelefoneerd kon worden met de overzeesche kolonie? Van Dijk zelf is van veel later. Van de sixties en seventies. En die tijd wellicht niet ontgroeid. Van vandaag is hij in ieder geval niet. Dan zou hij geweten hebben dat de Wereldomroep met ‘Hallo Bandoeng’ niks van doen heeft. De Wereldomroep maakt wel onafhankelijke en onpartijdige journalistieke programma’s, ook voor de Indonesische markt. In het Bahasa Indonesia. Programma’s die ze in IndonesiÎ zelf niet kunnen maken, omdat journalisten daar niet zo erg veel vaardigheden, vrijheden en financiÎle middelen hebben. Hallo Groningen, wel bij de tijd blijven en geen dingen die niks met elkaar te maken hebben door elkaar halen, ja! Joop Daalmeijer, hoofredacteur Radio Nederland Wereldomroep Dagboek Uruzgan (4) Arme studenten journalistiek aan de RUG in Groningen. Je zult er maar les krijgen van freelance journalist Ton van Dijk. Als ze zijn reactie op mijn ‘Dagboek Uruzgan’ in De Journalist lezen, komen ze allerlei journalistieke basisfouten tegen. Veel vraagtekens. Retorische vragen. En veel feitelijke onjuistheden. Van Dijk heeft kennelijk ook geen idee over het verschil tussen ‘op eigen houtje’ een oorlog verslaan (zoals ik een aantal jaren in JoegoslaviÎ heb gedaan), ‘embedded’ zijn, of meereizen met een minister (ook aan beperkingen onderhevig, en ik was vooraf niet eens op de hoogte van de reis van minister Kamp naar Uruzgan, zodat de opmerking van Van Dijk ‘hetgeen De Vreij niet lukte’ ook al niet klopt). En dan dat ‘Hallo, hier Bandoeng’. Gut, de Wereldomroep is inderdaad een internationale zender en multimediastation, met een wekelijks gemiddeld bereik van zo’n vijftig miljoen mensen. Met collega Boudewijn Geels van HP/DeTijd heb ik intussen een goed en aangenaam gesprek gehad en de zaken zijn duidelijker komen te liggen. Overigens bleef het gevolg van zijn onopzettelijke ‘fotofouten’ in Tarin Kowt hetzelfde: ik kon daardoor niet naar Uruzgan. Nu wacht ik met belangstelling op een uitnodiging van Ton van Dijk om in Groningen, al dan niet samen met zijn studenten, van gedachten te wisselen over kwesties als ‘embedded’, meereizen met bewindslieden en dergelijke. Hans de Vreij, redacteur Wereldomroep Dagboek Uruzgan (5) Hans de Vreij (DJ 12, 07.07.06) probeert aan te tonen dat ‘embedded’ werken in Afghanistan goed uitpakt. Hij zou naar Uruzgan afreizen, maar kwam daar nooit aan omdat een collega per ongeluk op ‘breaking news’ stuit. Hij fotografeert commando’s die, en ik citeer De Vreij: ‘daar officieel helemaal niet zijn. Sterker nog, zelfs hun parlement in ***** schijnt daar niets van af te weten’. Dit is groot nieuws. Een regering stuurt een troepenmacht om ‘democratie te brengen’ en belazert daarbij het eigen parlement en de bevolking. Als journalist heb je de plicht dergelijke informatie te publiceren. Maar wat gebeurt? De journalist wist zijn foto en er wordt een represaille uitgevaardigd tegen alle journalisten. Hans mag niet naar Uruzgan. In plaats dat hij woedend verhaal haalt bij de legerleiding, richt zijn agressie zich op de journalist van HP/De Tijd. Die collega zelf, Boudewijn Geels, laat in een reactie (DJ 13, 28.07.06) weten dat het hem spijt. Ook hij plaatst sterretjes op de plaats waar hij de nationaliteit van het spook_leger had moeten vermelden. In hetzelfde nummer reageert Ton van Dijk: ‘Is dit cabaret?’ Zelf heb ik ook even getwijfeld. Was de tekst van De Vreij misschien een grap? Dit type echoput bestaat toch niet meer sinds de politionele acties in ons IndiÎ? Helaas. Trots meldt De Vreij, dat in zijn meer dan 17 bijdragen uit Kandahar slechts ÈÈn woord is veranderd. Een kampioen zelfcensuur maakt de censor brodeloos. De Vreij biedt aan om naar Groningen te komen om met Van Dijk en zijn studenten van gedachten te wisselen. Ik doe die studenten een leerzamer voorstel: zoek de kwestie De Vreij/Geels tot op de bodem uit. Welke regering stuurt troepen zonder dat het eigen parlement daarvan weet? Waarom mag Geels ‘niet opschrijven welke bondgenoten er allemaal actief zijn’ Waarom publiceert De Journalist sterretjes waar feiten horen te staan? Er zijn aanknopingspunten om dit uit te zoeken. Er is immers rapport opgemaakt door de marechaussee in Kabul. Misschien kunnen de studenten er via de WOB achter te komen wat De Vreij en Geels hadden moeten melden, maar verzwegen omdat ze al te zeer ‘embedded’ zijn geraakt. Nico Vermeulen, Zevenhuizen Dagboek Uruzgan (6) Nico Vermeulen (DJ nr. 15,08.09.06) valt Hans de Vreij aan omdat hij zelfcensuur toepast als embedded journalist in Afghanistan. Vermeulens hunkering naar openbaarheid heeft mij vroeger al doen afvragen of ik een goede journalist zou zijn. Ik ben namelijk van mening dat wij, in onze democratie, kiezen voor een regering die gebruik maakt van Special Forces. Die werken per definitie in het geheim en sneller dan het parlementaire debat. Zij overschrijden daarbij grenzen, riskeren hun eigen leven en werken op een totaal ander niveau van menselijke beschaving dan wij ook maar kunnen voorstellen vanuit onze luie stoel achter de televisie. Journalisten als Vermeulen zijn de eersten in lijn die na een mislukte operatie de jongens die stukje voor stukje worden teruggestuurd naar Nederland (eerst een vinger, dan een oor of een oog), nog een trap na geven door opmerkingen als: ‘Wat hadden ze daar ook te zoeken, ze mochten daar helemaal niet zijn. Wist het parlement er van?’ Dat zijn ook de eerste journalisten die na een ramp of aanslag de inlichtingendiensten de duimschroeven gaan aandraaien. ‘Waarom wisten jullie niets? Waarom hebben jullie je werk niet gedaan? Waar hebben jullie gefaald?’ Als defensiejournalist loop ik voor mijn gevoel vaak tegen heilige huisjes aan te schoppen, maar van ÈÈn ding ben ik overtuigd: van speciale operaties blijf ik af. Daar staan levens op het spel. Is het niet alleen van de betrokken militairen, dan is het wel van de burgers, in het gebied waar zij hun opdracht uitvoeren. Of die operaties nu in dienst zijn van onze eigen veiligheid, of die van de burgers in den vreemde. Zet je vraagtekens bij de inzet van Special Forces en Inlichtingendiensten, bij de deelname aan een internationale ernstoperatie, debatteer over hoe je een superterrorist op een politiek correcte manier kunt pakken. Evalueer achteraf of dingen misschien niet anders of beter konden, want een oorlog heb je op het moment zelf niet in de hand en aan foute inschattingen ontkom je niet als je in een week tijd misschien twee uur hebt geslapen en de kogels en raketten continue om je oren vliegen. Maar als we de bereidheid hebben om deel te nemen aan een missie, ga je niet onderweg twijfel zaaien of strategische informatie prijsgeven. Of ben je bereid levens te offeren voor jouw idee van persvrijheid? Wees als embedded journalist kritisch. Verzamel je informatie en blijf waakhond. Maar bedenk wel goed wat je aanricht met het (vroegtijdig) openbaar maken van je gegevens. Wie zend je naar de verdoemenis? Welke kansen maak je stuk? Is het het waard om je ontdekking te publiceren dat een eenheid in een plaats in een land een aanslag die elders gepleegd zou gaan worden had weten te saboteren? De gevolgen zijn voor de media absoluut interessant. De aanslag die alsnog gepleegd wordt, de dode militairen, het binnenlandse politieke schandaal, de internationale betrekkingen onder druk, de bevolkingsgroepen die nog verder tegenover elkaar komen te staan, smullen voor de ware journalist. Ik bedank daarvoor, maar ik twijfelde al of ik een goede journalist zou zijn. Barry Wijnandts, redacteur Alle Hens, Koninklijke Marine Dagboek Uruzgan (slot) Terug van vakantie las ik de reacties (DJ nr.14, 18.08.06) op mijn ingezonden brief (DJ nr.13, 28.07.06) over het stuk van Hans de Vreij ‘Dagboek Uruzgan’ (DJ nr.12, 07.07.06). Ze waren van Joop Daalmeijer (Pemred Radio) en Hans de Vreij zelf (redacteur Wereldomroep, c.q. Pemred Radio). Joop, heel mooi dat Bahasa Indonesia, jammer van het papier en de inkt voor een niet-Bahasa kenner, gelukkig stond er een vertaling bij. Maar je begreep toch wel dat ‘Hallo Bandoeng’ niks van doen had met die prachtige Wereldomroep, maar alles met het stukje van Hans de Vreij? Hans, je vond het arme studenten die in Groningen les van mij krijgen. Je nodigde jezelf uit om met hen van gedachten te wisselen. Bij deze. Maar dan wel als je mij eerst verklaart wat je in je kritiek op mijn brief bedoelt met ‘journalistieke basisfouten, veel vraagtekens (drie), retorische vragen (drie, die vraagtekens dus) en vooral met: ‘En veel feitelijke onjuistheden.’ Mag ik je even persifleren? Uitgaande losse flodders melden mijn hersenen op basis van eerdere journalistieke ervaringen. Ton van Dijk, freelance journalist en docent journalistiek RUGe |
||||