Dossiers
België: Vlaamse Raad voor de Journalistiek
Bart Makken
In een recent interview kon de gewezen Belgische eerste minister Jean-Luc Dehaene bevestigen dat de Vlaamse journalisten nette kerels zijn. Private aangelegenheden die hij zelf niet te berde bracht, werden niet opgepakt. Tal van publieke geheimen zal men vergeefs zoeken in de knipselmappen, en daar is geen code voor nodig, fatsoen volstaat. Escapades die elders voorpaginanieuws zouden zijn, worden hier met de mantel der liefde bedekt, wetend dat niemand zonder zonde is. Bij de vier jaar oude Vlaamse Raad voor de Journalistiek stapelen zich de dossiers bepaald niet op.
De Vlaamse media onderschrijven de deontologische codes, zoals internationaal vastgelegd in de Verklaring der plichten en rechten van de journalist, uit 1971, en de daarvan afgeleide Code van journalistieke beginselen, uit 1982. In feite bevestigen ze daarmee de gangbare praktijken ter redactie van zorgvuldigheid en hoffelijkheid. De journalisten weten waar ze aan toe zijn, maar de lezers evenzeer. En wie als meerderjarige een kind wurgt, weet dat hij met foto, naam en toenaam, adres, burgerlijke staat en beroep in de gazetten komt.
Wie voor een spraakmakende moordzaak in Nederland wil weten hoe G. voluit heet en hoe hij eruit ziet zonder balkje, volgt dus het best de Vlaamse media. Minderjarigen worden daarentegen goed afgeschermd, zowel daders als slachtoffers. Overleg met de familie leidt ertoe dat er al dan niet wordt gefilmd of gefotografeerd. Ook de populaire media houden zich aan die ongeschreven regels, en toch zijn die het vaakst de kop van Jut.
De klachten die bij de Raad voor de Journalistiek binnenkomen, betreffen onjuiste of onvolledige berichtgeving op één, aantasting van de privacy komt op twee. De helft van de klachten wordt afgehandeld door de ombudsman van de Vlaamse Vereniging van Beroepsjournalisten en secretaris-generaal van de Raad voor de Journalistiek, Flip Voets: ‘In een aantal gevallen wordt de fout erkend, een rectificatie of minnelijke schikking lost de klacht op.’ De Franstalige media hebben geen Raad.
Voelt iemand zich in zijn eer gekrenkt, dan kan hij staan op het ‘recht van antwoord’, dat de krant wettelijk verplicht is op te nemen. De regels ervoor zijn evenwel strikt, het aantal gevallen bijgevolg beperkt. Een goed gesprek, lunch genoemd, klaart de hemel doorgaans op. Jean-Luc Dehaene zei het al: ‘We hebben een nette pers.’ |

