Dossiers

WOB-verzoek


Aan een WOB-verzoek zijn nauwelijks formele eisen gesteld. Het mag mondeling, maar het is verstandig iets vast te leggen. Als er dan later gedoe ontstaat (’ja, maar dat heeft u niet gevraagd’), heb je iets als bewijs.

Bovendien moet de overheid een gehele of gedeeltelijke weigering om informatie te verstrekken in geval van een schriftelijk WOB-verzoek op papier zetten. Was er alleen een mondeling verzoek, dan komt er alleen iets op papier als de verzoeker daar na de afwijzing nadrukkelijk om vraagt. Dat laatste verdient altijd aanbeveling, al was het maar omdat je alleen met een schriftelijke beslissing naar de rechter kan stappen.

Je moet in het WOB-verzoek wel de bestuurlijke aangelegenheid noemen. De Nederlandse wetgever gaat er van uit dat je als burger niet kunt weten wat er allemaal bij de overheid aan stukken ligt. Dus hebben wij geen documentenstelsel, wat je in het buitenland soms wel ziet. Bij ons volstaat het noemen van de bestuurlijke aangelegenheid. Dat is overigens een ruim begrip, dat in de praktijk niet snel tot problemen zal leiden. Toch proberen overheden het soms nog wel.

In het verzoek om informatie kan het nooit kwaad even naar de WOB te verwijzen. En: waarom je iets wil hebben, gaat de overheid niets aan. Openbaarheid is immers uitgangspunt. Een WOB-verzoek kan dus heel kort zijn. Het moet gericht zijn aan een bestuursorgaan (bijv. ‘geachte minister’ of ‘geacht college van B en W’) en het onderwerp bevatten waarover je wat wilt weten.

Informatie moet in principe worden verstrekt in de door de verzoeker gewenste vorm. Wil je dus een kopietje, dan hoor je dus een kopietje te krijgen. Uitzondering is er wel: als de verzochte vorm redelijkerwijze niet van de overheid kan worden gevergd.

Termijnen

Per 1 oktober 2009 kunnen overheden langer doen over de afhandeling van een WOB-verzoek. Termijnen zijn verlengd en de wet is er opnieuw niet eenvoudiger opgeworden. Het betrokken overheidsorgaan moet thans zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen vier (was twee) weken, een beslissing nemen op het verzoek. Het besluit kan daarna nog ten hoogste vier (was ook twee) weken worden uitgesteld, maar dat moet schriftelijk en gemotiveerd worden gemeld. Als een bestuursorgaan denkt dat er misschien een derde bezwaar heeft tegen openbaarmaking, worden de termijnen zelfs opgeschort om die derde de gelegenheid te geven zijn zegje te doen. Het kan dus nog langer duren.

En als het gaat om milieu-informatie steekt het weer anders in elkaar. Dan bestaat nog wel de oude beslistermijn van twee weken en geldt de hier boven gemelde opschortregeling niet.

Bij een positief besluit moet de informatie direct worden verstrekt, tenzij wordt verwacht dat een derde bezwaar heeft tegen openbaarmaking. Dan moet twee weken worden gewacht, zodat die derde een bezwaarprocedure kan starten.

De praktijk voor oktober 2009 leerde dat overheden zich weinig van de termijnen aantrokken. Wie niet tijdig een beslissing kreeg op een WOB-verzoek, kon naar de rechter stappen wegens zogeheten fictieve weigering. In de praktijk had dat echter niet veel zin, omdat het wel even duurt voordat er bij de rechter een zitting is en het betrokken bestuursorgaan voor die tijd met een beslissing kwam, waardoor de zin van de rechtszaak kwam te vervallen.

Er zijn nu echter nieuwe mogelijkheden. De verlenging van de termijnen heeft te maken met de invoering van de ‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen’. Burgers kunnen overheden op grond van de nieuwe regels in gebreke stellen als een beslissing uitblijft. Als die beslissing er dan niet snel komt, gaat dat bestuursorganen geld kosten. Gedetailleerde informatie over de dwangsomregeling is te vinden op de site van het ministerie van binnenlandse zaken.

Home | Nieuwsarchief | Opinie | Vacatures | Magazine | Prikbord | Agenda | Personalia | Adverteren | Villamedia portal | Nieuwskaart | Opleidingenkaart | Dossiers | Feeds | Nieuwsbrieven | Video | Contact | Persberichten