Dossiers

Europa: De regels komen uit Straatsburg

Arthur Maandag

Binnen Europa geeft ieder land op zijn eigen manier invulling aan journalistieke normen/waarden en de manier waarop op de naleving wordt toegezien. Er zijn daarbij grote verschillen. Toch bestaan er regels die overal gelden. Verdragen gaan immers boven nationale wetgeving, rechters moeten nationale wetten toetsen aan deze internationale afspraken.

En dat geldt dus ook voor het uit 1950 daterende Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Artikel 10 gaat over vrijheid van meningsuiting en besteedt ook
aandacht aan de vrijheid om zonder enige overheidsinmenging inlichtingen/denkbeelden te kunnen ontvangen/verstrekken.

Het in Straatsburg gevestigde mensenrechtenhof (EHRM) kan er dus via zijn beslissingen voor zorgen dat er normen komen, die in Europees verband gelden. Nationale rechters hebben ze immers als uitgangspunt te nemen.

Met betrekking tot de journalistiek is er inmiddels een reeks Europese uitspraken. Daarin valt op dat het Hof keer op keer hamert op het belang van goed functionerende media in een democratische samenleving. Meest in het oog springend is de zaak van de Britse journalist William Goodwin. Daarin is, in maart 1996, het verschoningsrecht nadrukkelijk erkend. Journalisten hoeven in principe hun bronnen niet prijs te geven. Alleen bij een ‘doorslaggevend publiek belang’ is dat anders.

‘Goodwin’ dwong de Nederlandse rechters het verschoningsrecht te erkennen. Het initiatiefwetsontwerp-Jurgens had geen zin meer. In de zaak van Van den Biggelaar tegen de journalisten Dohmen en Langenberg volgde de Hoge Raad later de Straatsburgse leidraad. In het verlengde van ‘Goodwin’ heeft het Hof inmiddels ook duidelijk gemaakt dat bronbescherming zich ook uitstrekt tot bijvoorbeeld huiszoekingen en inbeslagneming van materiaal waaruit een bron kan blijken. Ook daaraan worden zware eisen gesteld.

De geruchtmakende gijzeling van journalist Koen Voskuil is in Nederland een voorbeeld van een zaak waarbij een inbreuk is toegelaten op het verschoningsrecht. Het gerechtshof in Amsterdam achtte, ook in het licht van ‘Goodwin’, in 2000 de uitzondering gerechtvaardigd. Intussen is het nog steeds de vraag wat men daar in Straatsburg van vindt: de zaak ligt daar al geruime tijd.

Andere de aandacht trekkende uitspraak is het Caroline-arrest, met prinses Caroline van Monaco in de hoofdrol. Haar privacy wordt geschonden geacht door publicatie, in het Duitse blad Bunte, van foto’s. Het Hof zegt in juni 2004 dat ook publieke personen aanspraak kunnen maken op privacy. Er speelt mee dat de foto’s op geen enkele wijze verband houden met enig maatschappelijk thema en enkel verslag uitbrengen over het dagelijkse leven van de prinses.

Daarbij komt dat Caroline geen enkele publieke functie uitoefent: media zijn alleen in haar geïnteresseerd omdat ze lid is van een vorstenhuis. Volgens het Hof gaat het hier om heel persoonlijke informatie. Ook wordt nog meegewogen dat dit soort foto’s vaak in het kader van hinderlijk volgen wordt gemaakt.

Dit jaar heeft het Hof in april nog twee opvallende uitspraken gedaan waar het gaat om bestraffing van journalisten en het gebruik van geheime documenten. Eerder al werd in dit kader Nederland op de vingers getikt wegens inbeslagneming en verspreidingsverbod van het blad Bluf!, in het voorjaar van 1987. Thans heeft het Hof uitgemaakt dat journalisten niet te snel mogen worden veroordeeld als ze vertrouwelijke of geheime informatie opspoorden of verwerkten.

In beide zaken was Zwitserland gedaagd. In de Dammann-zaak ging het om een veroordeling van (onderzoeks)journalist Viktor Dammann wegens het op illegale wijze vergaren van geheime informatie.
Hij zou een parketmedewerkster hebben aangezet haar ambtsgeheim te schenden. Het Hof noemt de veroordeling in strijd met artikel 10 EVRM, ook al omdat Dammanns speurwerk verband hield met feiten met een duidelijk maatschappelijk belang.

De andere zaak betrof Martin Stoll, die melding maakte van een geheime nota over schadevergoedingen aan slachtoffers van de holocaust. Zijn veroordeling tot een geldboete vindt geen genade in Straatsburg. Ook hier is doorslaggevend dat werd gepubliceerd over een zaak met een duidelijk maatschappelijk belang. Beide zaken maken goed duidelijk dat niet alleen de verspreiding, maar ook de nieuwsgaring door het EVRM wordt beschermd. |

Home | Nieuwsarchief | Opinie | Vacatures | Magazine | Prikbord | Agenda | Personalia | Adverteren | Villamedia portal | Nieuwskaart | Opleidingenkaart | Dossiers | Feeds | Nieuwsbrieven | Video | Contact | Persberichten